Prioriteit: 🟠 Midden
In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als herschrijfstap in het correctievoorschrift. De formules staan op de formulekaart, dus de punten zitten in het herkennen.
Wat moet je kunnen?
- Een uitdrukking met en herschrijven tot één hoek met de verdubbelingsformules.
- De juiste vorm van kiezen (alleen , alleen , of beide).
- Een goniometrische identiteit bewijzen met de som- en verschilformules.
De kern
| Formule (op de formulekaart) | |
|---|---|
- Kies bij de vorm die past bij de rest van de vergelijking: staat er verder alleen , neem .
- Combineer met de Grondformule van de goniometrie.
- Zie Goniometrische vergelijkingen voor het oplossen daarna.
Zo wordt het gevraagd
- gebruiken om te bewijzen dat de toppen op een grafiek liggen (2022-3 vraag 15, 4p).
- herschrijven tot (2022-2 vraag 5).
- herleiden met (2021-1 vraag 2).
- Een identiteit bewijzen met en (2021-3 vraag 4).
Uitgewerkt voorbeeld
Verdubbelingsformule in een vergelijking (examenstijl, vergelijk 2021-1 vraag 2)
Los op: op .
- : , ,
- : ,
Niet door delen: dan verlies je drie oplossingen.
Controleren
De vindplaats bij 2021 tijdvak 3 vraag 4 noemt de identiteit . Met de somformules (, ) volgt echter . Controleer de precieze formulering in het examen.
Valkuilen
- Het teken bij verkeerd nemen (daar staat een min).
- schrijven.
- Een vorm van kiezen die sin én cos door elkaar laat staan.
Test jezelf
Schrijf als uitdrukking in alleen .
.
Bereken exact.
.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2022 tijdvak 3, vraag 15: toppen bewijzen met (4p)
- 2022 tijdvak 2, vraag 5: herschrijven tot (5p)
- 2021 tijdvak 3, vraag 4: identiteit bewijzen (3p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 5 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden): 2018, 2021, 2022, 2024, 2025 — 62,5%.
- 2025 tijdvak I
- Vraag 3 (6p): impliciet zichtbaar via formulekaart (cos(2t) op basis van som-/verdubbelingsformules) en gebruikt in de herleiding van x’(t) naar cos(2t)=cos(t).
- Komt 1× terug, ondersteunend (de formule zelf staat op de bijgeleverde formulekaart, dus geen scorepunten voor de formule an sich, wel voor het correct toepassen).
- 2024 tijdvak I
- Op de bijgeleverde formulekaart (afgedrukt bovenaan het examen) staan de som-, verschil- en verdubbelingsformules voor sin/cos; deze onderliggen impliciet de herleidingen bij vraag 9 en 17, maar worden in het beoordelingsmodel niet als zelfstandige toepassing gescoord.
- Zwak/indirect, geen losse scorepunten specifiek voor de formule zelf dit tijdvak.
- 2024 tijdvak II
- Vraag 7 (4p): impliciet zichtbaar — de herleiding van “sin(t)cos(t)+cos(t+¼π)(−sin(t+¼π))=0” naar “sin(2t)=sin(2t+½π)” gebruikt de verdubbelingsformule sin(2t)=2sin(t)cos(t) (van de formulekaart, die ook in dit tijdvak is bijgevoegd).
- Komt 1× terug, ondersteunend (geen losse scorepunten, wel noodzakelijk voor de herleiding).
- 2022 tijdvak II
- Vraag 5 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — gebruik van de verdubbelingsformule sin(2x) = 2sin(x)cos(x) (van de bijgeleverde formulekaart) om a·cos(x)·sin(x)… te herschrijven tot a·sin(2x)=1.
- Komt 1× voor, essentiële herschrijfstap (niet apart bescoord, wel noodzakelijk voor het vervolg).
- 2022 tijdvak III
- Vraag 15 (4p): kernonderdeel — cos(2a)=2cos²(a)−1 (verdubbelingsformule, van de bijgeleverde formulekaart) gebruikt om te bewijzen dat de hoogste punten op de grafiek van g(x)=cos(2x) liggen.
- Komt 1× voor, volledige vraag (4p), formule zelf staat op de formulekaart.
- 2021 tijdvak I
- Vraag 2 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — 2sin(x) − sin(2x) = sin(2x) herleid met sin(2x) = 2sin(x)cos(x) (verdubbelingsformule, staat op de formulekaart bovenaan het examen).
- Komt 1× terug, ondersteunend (formule zelf op formulekaart, scorepunten voor correcte toepassing).
- 2021 tijdvak III
- Vraag 2 (6p): impliciet — cos(2x) wordt herleid via de verdubbelingsformule (op de formulekaart) naar 2cos²(x)−1, nodig voor het bewijs van f’(x).
- Vraag 4 (3p): kernonderdeel — “Bewijs dat ½(sin(3x)+sin(x)) = sin(x)cos(2x)”, expliciet via de vorm sin(t+u), sin(t−u) van de formulekaart (t=2x, u=x).
- Frasering: “Dit kan bijvoorbeeld worden bewezen door de vorm sin(t+u) ± sin(t−u) voor een geschikte keuze van t en u te herleiden.” Komt 2× voor (9 scorepunten samen), beide keren als kernbewijstechniek met de formulekaart.
- 2018 tijdvak I
- Vraag 8 (6p): zichtbaar in correctievoorschrift — 2sin(2x) herschreven als 4sin(x)cos(x) via de verdubbelingsformule sin(2t)=2sin(t)cos(t) van de formulekaart.
- Komt 1× voor, ondersteunende rekenstap binnen een grotere vraag (geen losse scorepunten voor de formule zelf, wel nodig voor de verdere ontbinding).
- 2018 tijdvak II
- Vraag 12 (3p): zichtbaar in correctievoorschrift — sin(2(π−a)) = sin(2π−2a) = −sin(2a), gebruikmakend van de verdubbelingsformule sin(2t)=2sin(t)cos(t) van de formulekaart (vooraan het examen afgedrukt).
- Komt 1× terug, ondersteunend (de formule zelf staat op de bijgeleverde formulekaart).