Prioriteit: 🟠 Midden
In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, bijna altijd als rekenstap: het snijpunt van twee lijnen (vaak in vectorvoorstelling) of twee parameters uit twee gegevens.
Wat moet je kunnen?
- Een stelsel oplossen met substitutie of eliminatie.
- Twee vectorvoorstellingen gelijkstellen en het stelsel in en oplossen.
- Uit twee gegevens twee parameters bepalen.
De kern
| Methode | Aanpak |
|---|---|
| substitutie | schrijf één vergelijking als (of ) en vul in |
| eliminatie | tel veelvouden van de vergelijkingen op, zodat één onbekende wegvalt |
| Soort stelsel | Lijnen | Oplossingen |
|---|---|---|
| eenduidig | snijden | 1 |
| strijdig | evenwijdig, niet samenvallend | 0 |
| afhankelijk | vallen samen | oneindig veel |
- Controleer je oplossing in beide vergelijkingen.
- Zie Snijpunten van lijnen en cirkels en Vectorvoorstelling van een lijn.
Zo wordt het gevraagd
- “Het stelsel 2 − s = 1 + 3t, 2 + 3s = 9 − t moet worden opgelost” om snijpunt te vinden (2023-2 vraag 6).
- “Beschrijven hoe dit stelsel … opgelost kan worden”, met en (2022-3 vraag 9).
- Stelsel in en met logaritmen (2021-1 vraag 7).
Uitgewerkt voorbeeld
Snijpunt van twee vectorvoorstellingen (examenstijl, vergelijk 2023-2 vraag 6)
Los op: en .
- Uit de eerste:
- Invullen:
Controle: en . ✓
Valkuilen
- Dezelfde parameter gebruiken voor twee verschillende lijnen.
- Alleen berekenen en vergeten het snijpunt zelf te geven.
- Bij eliminatie een teken verkeerd overnemen.
Test jezelf
Los op: en .
: , .
Hoeveel oplossingen heeft , ?
Geen (strijdig): de linkerkanten zijn evenredig, de rechterkanten niet.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2023 tijdvak 2, vraag 6: snijpunt via vectorvoorstellingen (7p)
- 2022 tijdvak 3, vraag 9: stelsel in en (5p)
- 2021 tijdvak 1, vraag 7: stelsel in en (6p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 5 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden): 2018, 2021, 2022, 2023, 2024 — 62,5%.
- 2024 tijdvak I
- Vraag 11 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — “Uit het stelsel van deze twee vergelijkingen volgt 4 = 2x+1+6¼ (of een andere juiste lineaire vergelijking)” (cirkelvergelijking gecombineerd met afstandsvergelijking OP=2½).
- Komt 1× voor, zwak/indirect (expliciet “stelsel” genoemd in het correctievoorschrift, maar het is een combinatie van een cirkel- en een afstandsvergelijking, geen klassiek lineair 2×2-stelsel).
- 2024 tijdvak II
- Vraag 10 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — het snijpunt van k (y=ax) en m (richtingscoëfficiënt −a door P) bepalen via een stelsel.
- Vraag 17 (6p): zichtbaar in correctievoorschrift — het stelsel a−3b=25 (of b=−2a) gecombineerd met a²+b²=125 oplossen.
- Komt 2× terug, beide keren als noodzakelijke rekenstap binnen een groter bewijs/berekening.
- 2023 tijdvak II
- Vraag 6 (7p): zichtbaar in correctievoorschrift — “Het stelsel 2−s = 1+3t, 2+3s = 9−t moet worden opgelost” om het snijpunt D van twee lijnen (via vectorvoorstellingen) te vinden.
- Frasering: “Het stelsel … moet worden opgelost.”
- Komt 1× voor, essentiële tussenstap (meerdere van de 7 scorepunten hangen hiervan af).
- 2022 tijdvak I
- Vraag 16 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — stelsel van twee vergelijkingen (in a en t) oplossen na invullen van D(−1, 0) in de vectorvoorstelling van de middelloodlijn.
- Komt 1× voor, als onderdeel van een alternatieve oplosroute.
- 2022 tijdvak III
- Vraag 9 (5p): kernonderdeel — “In S geldt 29−5s=3t en 4−½s=24−4t. Beschrijven hoe dit stelsel … opgelost kan worden.” Twee vergelijkingen, twee onbekenden (s,t).
- Komt 1× voor, volledige kernstap van de vraag (van de 5 scorepunten hangen minstens 2 hiervan af).
- 2021 tijdvak I
- Vraag 7 (6p): kernonderdeel — stelsel {a − 7,5b = log(4,5), a − 6b = log(285,5)} oplossen voor a en b.
- Komt 1× duidelijk voor (lineair stelsel); vraag 5 gebruikt ook de term “stelsel” in het correctievoorschrift maar is niet-lineair (6 = d/t, 3,5 = d/(t+17)), dus losstaand vermeld onder Aardbevingen.
- 2021 tijdvak II
- Vraag 4 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — stelsel 7p−7q=7, 2p−2q=−3 exact oplossen (uit p·OF+q·OG = (7,−3)).
- Komt 1× voor, kernonderdeel van het antwoord (2 van de 4 scorepunten).
- 2021 tijdvak III
- Vraag 9 (4p): kernonderdeel — “1700 = a + b·1,24…”, “2100 = a + b·2,25…” (numerieke ln-waarden ingevuld), stelsel van twee lineaire vergelijkingen in a en b oplossen (met GR).
- Komt 1× voor, essentiële tussenstap van de vraag (2 van de 4 scorepunten specifiek hiervoor: “Beschrijven hoe dit stelsel kan worden opgelost”).
- 2018 tijdvak II
- Vraag 8 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift (derde alternatieve methode) — “Beschrijven hoe dit stelsel van drie vergelijkingen met drie onbekenden opgelost kan worden” (a²+(4−b)²=r², (−4−a)²+(−4−b)²=r², (2−a)²+(3−b)²=r²).
- Komt 1× voor, als alternatieve oplosroute naast de Thales-methode.