Prioriteit: 🟠 Midden

SE-2 Β· weging 33β…“% Β· hoofdstuk 12. Contextvragen met dozen, stapels en productiefasen (diagnostische toets 9–10). Wordt πŸ”΄ zodra SE-1 voorbij is.

Wat moet je kunnen?

  • De somregels toepassen, en weten wanneer de regel voor geldt.
  • Som en gemiddelde van gelijke variabelen gebruiken (√n-wet).
  • Bij een verschil rekenen, bijvoorbeeld .

De kern

GrootheidVerwachtingStandaardafwijking (onafhankelijk!)
(ook plus!)
som van gelijke
gemiddelde
  • Som en verschil van normaal verdeelde variabelen zijn weer normaal verdeeld.
  • Centrale limietstelling: voor grote is (en ) bij benadering normaal verdeeld, ook als dat zelf niet is. In het boek is steeds groot genoeg.
  • keer dezelfde variabele is niet hetzelfde als : , maar .

Zo wordt het gevraagd

  • β€œHoeveel procent van de dozen heeft een gemiddelde inhoud per pot van minder dan 715 gram?” (diagnostische toets 9).
  • β€œIn hoeveel procent van de gevallen duurt het productieproces langer dan drie kwartier?” (diagnostische toets 10).
  • β€œBereken de kans dat een pak minder dan 350 gram koekjes bevat.” (Voorbeeld blz. 155).

Uitgewerkt voorbeeld

Drie fasen (vergelijk H12 diagnostische toets 10)

Fase I: , ; fase II: , ; fase III: , minuten, alle normaal. In hoeveel procent duurt het hele proces langer dan 45 minuten?

  1. normalcdf
  2. In 21,4% van de gevallen.

Controle met scipy: 0,2139 βœ“

Valkuilen

  • Standaardafwijkingen optellen in plaats van de kwadraten: .
  • Bij een verschil nemen. Het is altijd plus.
  • en verwisselen, of bij het gemiddelde vermenigvuldigen in plaats van delen.
  • De somregel voor gebruiken bij afhankelijke variabelen (boven- en onderkant van een dobbelsteen, opgave R48).

Test jezelf

Oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt