Prioriteit: 🟠 Midden

SE-1 · weging 33⅓% · hoofdstuk 7. Samen met Thales en de koordenvierhoek de basis van de cirkelbewijzen: “Bewijs dat AP = AQ” (diagnostische toets 7).

Wat moet je kunnen?

  • Gelijke omtrekshoeken herkennen (op dezelfde boog, aan dezelfde kant).
  • De stelling van de omtrekshoek gebruiken: omtrekshoek middelpuntshoek.
  • Met de omgekeerde stelling bewijzen dat vier punten op één cirkel liggen.

De kern

StellingInhoud
constante hoekbeweegt over de cirkelboog , dan verandert niet
omgekeerde constante hoekligt aan dezelfde kant van als en , dan liggen en op dezelfde cirkelboog
gevolgals in vierhoek geldt , dan is een koordenvierhoek
omtrekshoek ( middelpunt)

Bewijsidee (opgave 24): neem op de andere boog. Dan en (koordenvierhoek), dus .

In de uitwerkingen staat als reden “(constante hoek)” of “(omtrekshoek)”.

Zo wordt het gevraagd

  • “Twee cirkels met gelijke straal snijden elkaar in A en B. De lijn l door B snijdt de cirkels in P en Q. Bewijs dat AP = AQ.” (diagnostische toets 7).
  • “Bewijs dat ∠ECD + ∠EFC = 90°.” (diagnostische toets 6a, met constante hoek en Thales).
  • Trisectie van Archimedes: “Bewijs dat ∠CAG = 4∠E.” (gemengde opgave 25).

Uitgewerkt voorbeeld

Gelijke omtrekshoeken (vergelijk H7 diagnostische toets 7)

Twee cirkels met middelpunten en en gelijke straal snijden elkaar in en . Een lijn door snijdt ze in en . Bewijs dat .

  1. en (gelijke stralen), : (ZZZ), dus .
  2. (omtrekshoek) en (omtrekshoek).
  3. Dus : driehoek is gelijkbenig, en . ✓

Valkuilen

  • Omtrekshoeken vergelijken die aan verschillende kanten van de koorde liggen. Die zijn niet gelijk, maar vullen elkaar aan tot .
  • De omtrekshoek gelijk nemen aan de middelpuntshoek in plaats van de helft.
  • Bij de omkering vergeten te vermelden dat de punten aan dezelfde kant van liggen.

Test jezelf

Oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)