Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, als kern van opgaven met cirkels en raakcirkels (vaak 2 vragen, 7–11p samen).

Wat moet je kunnen?

  • De parate stellingen herkennen en met hun naam gebruiken in een redenering of berekening.
  • Bij raakcirkels de goede rechthoekige driehoek zien en Pythagoras toepassen.
  • Middelloodlijn en bissectrice gebruiken als verzameling punten met gelijke afstand.

De kern

StellingZegt
Thaleseen driehoek met een middellijn als zijde en de derde hoek op de cirkel is rechthoekig
omgekeerdhet midden van de schuine zijde van een rechthoekige driehoek is het middelpunt van de omgeschreven cirkel
raaklijneen raaklijn staat loodrecht op de straal naar het raakpunt
raaklijnstukkenvanuit één punt zijn de twee raaklijnstukken gelijk
rakende cirkelshet raakpunt ligt op de lijn door de middelpunten; afstand middelpunten (uitwendig) of (inwendig)
middelloodlijn van elk punt erop heeft gelijke afstand tot en
bissectriceelk punt erop heeft gelijke afstand tot beide lijnen

Zo wordt het gevraagd

  • Raakcirkels met Pythagoras in driehoek (2025-1 vraag 6–7, 3p + 6p).
  • Cirkels met raaklijnen en gelijkvormige driehoeken (2026-2 vraag 15–16).
  • “D ligt op de cirkel, dus hoek FDE = 90°” (Thales, in het correctievoorschrift van 2023-1 vraag 16).
  • De middelloodlijn van gebruiken om het middelpunt te vinden (2024-2 vraag 12, alternatieve methode).

Uitgewerkt voorbeeld

Lengte van een raaklijnstuk

Cirkel met middelpunt en straal 3; punt ligt op afstand 5 van . raakt de cirkel in . Bereken .

  1. Raaklijn ⊥ straal, dus .
  2. Pythagoras in : 4.

Twee rakende cirkels

Cirkel (middelpunt , straal 4) en (middelpunt , straal 1) raken elkaar uitwendig en raken allebei de -as. Bereken de horizontale afstand tussen en .

  1. (rakende cirkels).
  2. Hoogteverschil: (beide raken de -as, dus hoogte = straal).
  3. Horizontaal: 4.

Valkuilen

  • Een rechte hoek aannemen zonder stelling.
  • Bij rakende cirkels gebruiken terwijl ze elkaar uitwendig raken (of andersom).
  • De stelling niet noemen, waardoor de redenering onvolledig is.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen)
Onderwerpen die dit ondersteunt