Prioriteit: 🟠 Midden

In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, als uitleg (conjunctuurindicatoren, anticyclische effecten) of als aflees- en rekenvraag bij de conjunctuurklok.

Wat moet je kunnen?

  • De output gap berekenen en typeren (hoog- of laagconjunctuur).
  • Voorlopende en achterlopende indicatoren onderscheiden en uitleggen.
  • Uitleggen hoe het buitenland of een maatregel de conjunctuur beïnvloedt.

De kern

HoogconjunctuurLaagconjunctuur
output gap> 0 (overbesteding)< 0 (onderbesteding)
werkloosheidonder het structurele niveauboven het structurele niveau
inflatiestijgtdaalt
IndicatorTypeWaarom
orderportefeuille, producentenvertrouwenvoorlopendbedrijven zien de vraag eerder veranderen
werkloosheidachterlopendbedrijven ontslaan pas als de daling aanhoudt, en nemen pas aan als het herstel zeker is
  • Een krimp bij een belangrijke handelspartner verlaagt de export en dus de bestedingen (zie Economische kringloop).

Zo wordt het gevraagd

  • “Leg uit waarom de werkloosheid een achterlopende indicator is.” (2022-3 vraag 17).
  • “Bereken met behulp van figuur 1 de procentuele stijging van het reële bbp in het vierde kwartaal ten opzichte van het tweede kwartaal” (2022-3 vraag 19).
  • “Noem twee conjunctuurindicatoren die een aanwijzing geven voor een mogelijke daling … Geef hiervoor een verklaring” (2022-2 vraag 23).
  • “Leg uit dat de inkomensoverdrachten anticyclische effecten hebben tijdens een laagconjunctuur.” (2025-2 vraag 12).

Uitgewerkt voorbeeld

Output gap en bbp-groei (examenstijl, vergelijk 2022-3 vraag 19)

  • , (miljard): output gap −2,5%: laagconjunctuur.
  • Reëel bbp index 101,2 in kwartaal 2 en 102,5 in kwartaal 4: groei 1,3%.

Valkuilen

  • Output gap en bbp-groei verwarren (een economie kan groeien én een negatieve output gap hebben).
  • Werkloosheid als voorlopende indicator zien.
  • Indexcijfers van elkaar aftrekken in plaats van delen.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt