Prioriteit: 🟠 Midden

In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, als arceervraag (verandering van het surplus) of als uitleg waarom een uitkomst wel of niet Pareto-efficiënt is.

Wat moet je kunnen?

  • Het totale surplus en het welvaartsverlies aanwijzen en berekenen.
  • Uitleggen wanneer een uitkomst Pareto-efficiënt is.
  • Onderscheid maken tussen de omvang en de verdeling van het surplus.

De kern

SituatieTotaal surplus
volkomen concurrentie, geen externe effectenmaximaal: Pareto-efficiënt
monopolie (P > MK)lager: welvaartsverlies (Harberger-driehoek, zie Marktmacht en welvaartsverlies (Harberger-driehoek))
heffing, subsidie, min- of maxprijslager: welvaartsverlies
perfecte prijsdiscriminatiemaximaal, maar alles gaat naar de producent
  • Pareto-efficiënt betekent: bij de verhandelde hoeveelheid is de betalingsbereidheid van de laatste koper gelijk aan de marginale kosten ().
  • Omvang (doelmatigheid) en verdeling (wie krijgt het surplus) zijn verschillende vragen.

Zo wordt het gevraagd

  • “Arceer … de vlakken die deze verandering van het totale surplus bij winstmaximalisatie weergeven.” (2026-1 vraag 4).
  • “Leg uit dat het nieuwe marktevenwicht Pareto-efficiënt is” na het wegvallen van een patent (2025-2 vraag 6).
  • “Leg beide effecten uit op het surplus”: omvang én verdeling (2023-1 vraag 5).

Uitgewerkt voorbeeld

Welvaartsverlies bij monopolie (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 4)

Vraag , .

  1. Volkomen concurrentie:
  2. Monopolie: ,
  3. Welvaartsverlies: €800

Arceren: de driehoek tussen en , onder de vraaglijn en boven de MK-lijn.

Valkuilen

  • Denken dat een hogere winst altijd een hoger totaal surplus betekent.
  • Een verschuiving van consumentensurplus naar producentensurplus een welvaartsverlies noemen (dat is alleen herverdeling).
  • Pareto-efficiënt verwarren met “rechtvaardig”.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt