Prioriteit: đź”´ Hoog
In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal 2 tot 5 vragen per tijdvak, vooral bij ingezonden brieven en recensies (1p per vraag).
Wat moet je kunnen?
- Het standpunt van de schrijver of van een geciteerde persoon herkennen.
- Het standpunt van de schrijver onderscheiden van een standpunt dat hij aanhaalt om te bestrijden.
- Nagaan waar twee schrijvers het over eens zijn.
- Het eindoordeel van een recensent bepalen.
De kern
| Signaal | Voorbeeld |
|---|---|
| expliciet standpunt | I believe, it is clear that, we should, the real problem is |
| weergave van een ander | critics claim, some argue, according to X (vaak om te weerleggen) |
| omslag naar eigen mening | but, yet, however, the truth is |
| oordeel in recensie | waardewoorden: gripping, tedious, a triumph, falls flat |
Aanpak
- Bepaal wie er aan het woord is in de passage.
- Zoek de zin waarin die persoon zijn mening geeft, vaak na een tegenwerping of aan het slot.
- Bij twee brieven: vat elk standpunt apart samen en zoek de overlap.
Zo wordt het gevraagd
- “What is the point made by William Flynn in this letter?” (2023-1 vraag 1).
- “Which of the following statements … do both Lawrence Levy and Cynthia Mowery clearly agree with?” (2026-1 vraag 40).
- “What is Tim Hayward’s opinion about the service station, judging from paragraph 7?” (2022-2 vraag 32).
- “What is the critic’s final verdict on The Weekend?” (2024-2 vraag 30).
Uitgewerkt voorbeeld
Waar zijn twee briefschrijvers het over eens? (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 40)
Eigen voorbeeld. Brief 1: The new homework rules are well meant, but teachers were never asked for their views. Brief 2: I welcome less homework, yet a policy imposed without consulting staff is bound to fail. Which statement do both writers clearly agree with?
- A. Homework should be abolished. → geen van beiden zegt dit
- B. Teachers should have been consulted. → beide: never asked en without consulting staff
- C. The new rules are a mistake. → alleen brief 2 is zo negatief, en ook die niet helemaal
- D. The rules will reduce stress. → staat er niet
Antwoord: B.
Valkuilen
- Een standpunt dat de schrijver aanhaalt aanzien voor zijn eigen mening.
- Bij een recensie een deeloordeel (over één scène) nemen voor het eindoordeel.
- Bij twee brieven een optie kiezen die maar bij één brief past.
- Een optie kiezen die te stellig is vergeleken met de voorzichtige formulering in de tekst.
Test jezelf
Many claim that tourism ruins small towns. This could not be further from the truth. Wat is het standpunt van de schrijver?
Toerisme ruĂŻneert kleine steden niet (hij bestrijdt de eerste zin).
Waar staat het eindoordeel van een recensent meestal?
In de laatste alinea, vaak ingeleid met in the end, ultimately of all in all.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 1, vraag 40: overeenstemming tussen twee briefschrijvers (1p)
- 2026 tijdvak 2, vraag 5: in lijn met beide brieven (1p)
- 2023 tijdvak 1, vraag 1, 6 en 38: standpunt in ingezonden brieven (1p per vraag)
- 2024 tijdvak 2, vraag 30: eindoordeel van een recensent (1p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 8 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 100%. Frequentie meestal 2-5 per tijdvak; sterk gebonden aan ingezonden brieven, opiniestukken en recensies.
- 2026 tijdvak 2 — 2/42: vraag 5 (“in line with” toegepast op twee brieven tegelijk), 7.
- 2026 tijdvak 1 — 2/43: vraag 13, 40 (nieuwe variant: gedeeld standpunt van twee briefschrijvers).
- 2025 tijdvak 2 — 5/41 (~12%): vraag 2, 18, 24, 32, 36 — drie tegelijk meerkeuze-invulvraag.
- 2025 tijdvak 1 — 2/42 (dubbel getagd met Auteursintentie): vraag 6, 41.
- 2024 tijdvak 2 — 4x: vraag 25, 30, 31, 32 — Tekst 7 (recensie) en Tekst 8 (vier brieven over hetzelfde onderwerp) zijn de klassieke dragers.
- 2024 tijdvak 1 — 2x (opvallend weinig): vraag 12, 39.
- 2023 tijdvak 2 — 1 vraag: vraag 2 — laag dit tijdvak, recensies leveren hier vaker hoofdgedachte-/toonvragen op.
- 2023 tijdvak 1 — 3x (+1 randgeval): vraag 1, 6, 38 — alle drie ingezonden brieven, vallen hier vrijwel samen met Hoofdgedachte.
- 2022 tijdvak 3 — 3/41: vraag 8, 19 (argumenten tellen i.p.v. identificeren, nieuwe variant), 29.
- 2022 tijdvak 2 — 3 hits (~7%): vraag 32, 38, 39 (standpuntherkenning over vier ingezonden brieven heen).
- 2022 tijdvak 1 — 3 hits: vraag 21, 23, 32.
- 2021 tijdvak 3 — 3/44 (alle dubbel getagd met Auteursintentie): vraag 1, 40, 42.
- 2021 tijdvak 2 — 2/42: vraag 13, 27 — extern citaat matchen met het standpunt van de hoofdpersoon.
- 2021 tijdvak 1 — 2/42: vraag 14, 37.
- 2019 tijdvak 2 — 2/41 (beide dubbel getagd met Auteursintentie): vraag 37, 40.
- 2019 tijdvak 1 — 3 hits: vraag 3, 25, 37 (3 opties i.p.v. 4).
- 2018 tijdvak 2 — 5 hits: vraag 14, 32, 38, 39, 40.
- 2018 tijdvak 1 — 4 hits: vraag 1, 20, 26, 39.
- Sterke correlatie met tekstsoort: ingezonden brieven en opiniestukken zijn de dominante dragers (zie Tekstsoorten en tekstdoelen); nieuwe varianten die de notitie nog niet noemt: standpunten van twee auteurs vergelijken op overeenstemming (2026-1 v40, 2026-2 v5, 2022-2 v39: welke brieven het eens zijn), en het aantal argumenten tellen i.p.v. inhoudelijk identificeren (2022-3 v19).