Prioriteit: 🔴 Hoog

In 7 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal met een uitwerkbijlage: assen kiezen, een rechte lijn tekenen en uit de helling een constante bepalen (4–5p).

Wat moet je kunnen?

  • Bij een gegeven formule bepalen wat je tegen wat moet uitzetten om een rechte lijn te krijgen.
  • De constante bepalen uit de helling (of het snijpunt met de verticale as).
  • Een log-log-diagram gebruiken voor een machtsverband.
  • Uitleggen waarom een rechte lijn door alle meetpunten nauwkeuriger is dan één meetpunt.

De kern

VerbandZet uitHelling
tegen
tegen
tegen
tegen
tegen (snijpunt )
tegen (snijpunt )

Stappen:

  1. Herschrijf de formule tot de vorm .
  2. Kies de assen en reken de meetwaarden om.
  3. Teken de beste rechte lijn (niet door de punten verbinden).
  4. Bepaal de helling met twee ver uit elkaar liggende punten op de lijn.

Zo wordt het gevraagd

  • Coördinatentransformatie van naar een rechte lijn (2022-1 vraag 10, 4p).
  • Aantonen dat tegen een rechte lijn door de oorsprong geeft met helling (2022-1 vraag 13, 5p).
  • Constanten en uit helling en snijpunt in een –-diagram (2026-1 vraag 13, 4p).
  • Assen benoemen ( tegen ) en de constante uit de helling bepalen (2021-1 vraag 12, 5p).

Uitgewerkt voorbeeld

Veerconstante uit T² tegen m (examenstijl, vergelijk 2021-1 vraag 12)

Voor een massa-veersysteem geldt . De grafiek van tegen is een rechte lijn met helling 0,16 s²/kg.

  1. Kwadrateer: , dus helling
  2. N/m

Machtsverband in een log-log-diagram (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 13)

De rechte lijn in een –-diagram gaat door en . Helling 2, dus .

Valkuilen

  • De helling bepalen met twee meetpunten in plaats van twee punten op de getekende lijn.
  • Vergeten de eenheid van de helling te geven (hier s²/kg).
  • De formule niet eerst herschrijven, waardoor je de verkeerde grootheden uitzet.
  • Bij een log-log-diagram de assen als gewone schaal aflezen.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen: vaardigheid)
Onderwerpen die dit ondersteunt