Prioriteit: 🔴 Hoog

In 7 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak 2–3 vragen per tijdvak: gelijkstellen aan de kracht die hem levert (gravitatie, lorentzkracht, zwaartekracht in een looping).

Wat moet je kunnen?

  • Aangeven welke kracht de middelpuntzoekende kracht levert.
  • gelijkstellen aan die kracht en , of berekenen.
  • De minimale snelheid in het hoogste punt van een looping berekenen.
  • Met een formule afleiden (omlooptijd, baanstraal).

De kern

SituatieKracht die levertGelijkstelling
satelliet, planeetgravitatiekracht
geladen deeltje in B-veldlorentzkracht
hoogste punt looping (minimaal)zwaartekracht
auto in een bochtwrijvingskracht
  • is geen extra kracht: het is de resulterende kracht die nodig is (Tweede wet van Newton).
  • Rekenen doe je alleen als ÊÊn kracht de rol vervult; in redeneringen kunnen meerdere krachten samen leveren.

Zo wordt het gevraagd

  • Minimale snelheid in het hoogste punt van de looping uit (2021-2 vraag 2, 3p).
  • Gravitatiekracht gelijkgesteld aan om de omlooptijd van een satelliet te bepalen (2021-3 vraag 15, 4p).
  • Grenssnelheid waarbij gelijk wordt aan de zwaartekracht (2026-2 vraag 10, 4p).
  • Snelheid in een bocht uit de resulterende kracht en de bochtstraal (2025-1 vraag 5, 5p).

Uitgewerkt voorbeeld

Looping (examenstijl, vergelijk 2021-2 vraag 2)

Een looping heeft een straal van 5,0 m. Wat is de minimale snelheid in het hoogste punt?

  1. Minimaal: alleen de zwaartekracht levert ()
  2. 7,0 m/s

Satelliet (examenstijl, vergelijk 2021-3 vraag 15)

Een satelliet draait om de aarde ( kg) op m.

  1. m/s
  2. s (ongeveer 97 minuten)

Valkuilen

  • als een aparte, extra kracht in een krachtentekening zetten.
  • De hoogte boven het aardoppervlak gebruiken als in plaats van de afstand tot het middelpunt.
  • niet in seconden omrekenen.
  • Vergeten dat bij een grotere snelheid in dezelfde bocht een grotere kracht nodig is.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt