Prioriteit: 🟠 Midden

In 3 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als spanningsdeling of als tekenvraag met een spanningsmeter (2–3p).

Wat moet je kunnen?

  • Rekenen met .
  • Spanningsdeling en de spanningswet gebruiken ().
  • Een spanningsmeter correct parallel tekenen.

De kern

  • Eenheid: volt J/C.
  • Een spanningsmeter meet het verschil tussen twee punten en staat parallel over de component.
  • Langs een weerstandsdraad verdeelt de spanning zich gelijkmatig: halverwege staat de helft van de spanning.
  • Versnellen van lading over een spanning: (zie Elektronvolt).
  • Verband met stroom: zie Wet van Ohm.

Zo wordt het gevraagd

  • Een spanning van 3,0 V over een deel van een kleicilinder verklaren met spanningsdeling (2026-2 vraag 16).
  • Beargumenteren hoe je aansluitpunt B verplaatst om de spanning over een lampje naar 3,0 V te brengen (2026-2 vraag 17).
  • Met de spanningswet van Kirchhoff laten zien dat (2022-2 vraag 9).
  • Spanning tussen A en C uit de stand van het contactpunt op een weerstandsdraad (2021-2 vraag 19).

Uitgewerkt voorbeeld

Weerstandsdraad (examenstijl, vergelijk 2021-2 vraag 19)

Over een homogene draad van 1,00 m staat 12 V. Het contactpunt C zit op 0,25 m van A. 3,0 V

Valkuilen

  • Een spanningsmeter in serie tekenen.
  • Spanning en stroom verwarren (β€œer gaat spanning door de lamp”).
  • Bij spanningsdeling de verhouding van de weerstanden omdraaien.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt