Prioriteit: đź”´ Hoog
In 3 van de 3 onderzochte examenjaren, meestal 3–5 vragen per tijdvak (samen 6–10p): tegenstrijdigheid uitleggen, betrouwbaarheid van een bron typeren, of een kritische bedenking kiezen.
Wat moet je kunnen?
- Een argument toetsen op aanvaardbaarheid, relevantie, consistentie en toereikendheid.
- De betrouwbaarheid van een bron beoordelen met vaste criteria.
- Een tegenstrijdigheid in een tekst aanwijzen en uitleggen, met beide kanten.
De kern
| Criterium | Vraag | Faalt als … |
|---|---|---|
| aanvaardbaar (feitelijk) | Klopt het, of komt het van een betrouwbare bron? | onjuist of oncontroleerbaar |
| aanvaardbaar (waarderend) | Deel ik dit oordeel? | het oordeel is niet gedeeld |
| relevant | Maakt dit het standpunt aannemelijker? | het gaat over iets anders |
| consistent | Spreken de argumenten elkaar tegen? | “in strikte zin in tegenspraak” |
| toereikend | Is het genoeg voor het standpunt? | te weinig of te zwak |
| Betrouwbare bron | Onbetrouwbare bron |
|---|---|
| deskundig op dit terrein | anoniem, deskundigheid onbekend |
| geen eigen belang | belanghebbend, partijdig |
| spreekt zichzelf niet tegen | tegenstrijdig |
| noemt bronnen, cijfers, is genuanceerd | persoonlijke mening, “denk ik”, generalisaties |
Signaalzin: “Een kritische lezer kan/zal vinden …” wijst bijna altijd op een aanvaardbaarheidsvraag (of een drogreden, zie Drogredenen herkennen).
Zo wordt het gevraagd
- “Volgens alinea 7 zit er een tegenstrijdigheid in Nussbaums uitspraken … Leg deze tegenstrijdigheid uit.” (2026-1 vraag 3): beide polen noemen.
- “Typeer de betrouwbaarheid van bron 2 door onderstaande zinnen telkens aan te vullen met één woord.” (2026-1 vraag 10): deskundig én partijdig.
- “Een kritische lezer kan vinden dat deze uitspraak niet helemaal aanvaardbaar is, gelet op het vervolg van tekst 4. Waarom …?” (2026-2 vraag 27).
- Drie redenen om aan de betrouwbaarheid van een reactie te twijfelen (2024-2 vraag 24).
Uitgewerkt voorbeeld
Betrouwbaarheid van een bron (examenstijl, vergelijk 2024-2 vraag 24)
Bron: een anonieme forumreactie: “Ik denk dat alle jongeren tegenwoordig verslaafd zijn aan hun telefoon. Mijn neefje zit er de hele dag op.”
- Deskundigheid: anoniem, dus onbekend.
- Onderbouwing: “ik denk” = persoonlijke mening, geen bronnen of cijfers.
- Generalisatie: één neefje → “alle jongeren”. Drie redenen voor twijfel: onbekende deskundigheid, geen bronnen, ongefundeerde generalisatie.
Tegenstrijdigheid uitleggen (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 3)
Een auteur schrijft in alinea 2 dat mensen “niet boven dieren staan”, en in alinea 7 dat mensen “de plicht hebben om dieren te beschermen omdat alleen zij dat kunnen”.
- Pool 1: mensen zijn niet superieur aan dieren.
- Pool 2: mensen hebben een bijzondere positie (alleen zij kunnen beschermen).
- Antwoord: de auteur ontkent de superioriteit van mensen, maar kent hun tegelijk een bijzondere, hogere rol toe. âś“ beide polen
Valkuilen
- Maar één kant van een tegenstrijdigheid noemen.
- “Onbetrouwbaar” zeggen zonder het criterium (deskundigheid, belang, consistentie).
- Relevantie en toereikendheid verwarren: relevant = gaat erover; toereikend = genoeg.
Test jezelf
Een energiebedrijf publiceert een onderzoek waaruit blijkt dat gas de beste energiebron is. Welk criterium staat onder druk?
Geen eigen belang: de bron heeft er belang bij dat de uitspraak wordt aanvaard.
"Het nieuwe beleid is duur. Bovendien is het goedkoop in uitvoering." Welk criterium faalt?
Consistentie: de argumenten spreken elkaar tegen.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 1, vraag 3 en 10: tegenstrijdigheid uitleggen, betrouwbaarheid typeren (2p + 2p)
- 2024 tijdvak 2, vraag 24: drie redenen om aan een reactie te twijfelen (2p)
- 2025 tijdvak 2, vraag 27: drie informatiebronnen die onvoldoende betrouwbaar zijn (3p)
- 2025 tijdvak 1, vraag 11: twee redenen waarom bron 1 betrouwbaarder is (2p)
- 2026 tijdvak 2, vraag 27: waarom een uitspraak niet aanvaardbaar is (1p)
Alle vindplaatsen
- 2024 tijdvak I: vraag 2, 12, 14 (+ 33, overlap met bruikbaarheid/betrouwbaarheid).
- 2024 tijdvak II: vraag 6, 24, 33.
- 2025 tijdvak I: vraag 11, 23, 24.
- 2025 tijdvak II: vraag 7, 27, 29.
- 2026 tijdvak 1: vraag 3, 10, 22, 30, 33 — signaalzin “Een kritische lezer zou kunnen vinden/twijfelen dat…” opent hier meerdere vragen.
- 2026 tijdvak 2: vraag 27 (expliciet “aanvaardbaar”), + vraag 8, 10 ondersteunend.
- Aanwezig in 3 van de 3 onderzochte examenjaren. Vaste signaalformule: “Een kritische lezer zal/kan…” markeert dit type vraag in bijna elk tijdvak.