Prioriteit: đź”´ Hoog

In 3 van de 3 onderzochte examenjaren, en de basis van bijna elk tijdvak: vaak 5–9 vragen, samen tot ruim 20 punten (2026-1). Standpunt en argument worden in het correctievoorschrift apart gescoord.

Wat moet je kunnen?

  • Het standpunt van een tekst of bron vinden, ook als het impliciet is.
  • De hoofdargumenten (en tegenargumenten) weergeven, vaak in een tabel of invulzin.
  • Uit een lijst de argumenten kiezen die wel in de tekst staan.
  • Feitelijke en waarderende argumenten onderscheiden.

De kern

BegripBetekenisSignaalwoorden
standpuntbewering waarover discussie mogelijk isik vind, moet, beter, kortom
argumentonderbouwt het standpuntwant, omdat, immers, daarom
tegenargumentgaat in tegen het standpuntweliswaar, men zou kunnen zeggen, critici
weerleggingontkracht het tegenargumentmaar, toch, echter
impliciet standpuntniet gezegd, wel af te leidenuit toon en argumenten
Soort argumentKenmerkVoorbeeld
feitelijkcontroleerbaar (waar of niet waar)“Jongeren slapen gemiddeld 7 uur.”
waarderendoordeel (goed/slecht, wenselijk)“Te weinig slaap is onverantwoord.”

Aanpak bij een tabelvraag: standpunt in één zin; per argument één kernzin in eigen woorden; niet twee keer hetzelfde argument; houd je aan het woordmaximum.

Zo wordt het gevraagd

  • “Geef het standpunt over de roman … en het belangrijkste argument hiervoor” (2024-1 vraag 30): standpunt en argument apart gescoord.
  • Standpunt + hoofdargument per bron in een tabel, inclusief een af te leiden standpunt (2026-1 vraag 8, 3p).
  • “Hieronder staan vijf mogelijke argumenten … Noteer de nummers van de twee argumenten die in tekst 2 dit pleidooi ondersteunen” (2026-2 vraag 6).
  • Standpunt + tegenargument + ontkrachting (2026-1 vraag 28, 3p).
  • Standpunt + drie hoofdargumenten in een tabel, max. 55 woorden (2025-2 vraag 30).

Uitgewerkt voorbeeld

Standpunt en argumenten in een tabel (examenstijl, vergelijk 2025-2 vraag 30)

Bron (samengevat): “Stemrecht vanaf zestien is verstandig. Jongeren betalen al belasting over hun bijbaan. Wie vroeg gaat stemmen, blijft dat vaker doen. Weliswaar zijn zestienjarigen minder ervaren, maar ervaring is ook geen eis voor oudere kiezers.”

standpuntZestienjarigen moeten mogen stemmen.
argument 1Ze betalen al belasting. (feitelijk)
argument 2Vroeg stemmen leidt tot blijvende opkomst. (feitelijk)
tegenargument + weerleggingZe zijn minder ervaren, maar ervaring wordt van niemand geëist.

Controle: het tegenargument hoort niet in de argumentenkolom. âś“

Twee uit vijf kiezen (examenstijl, vergelijk 2026-2 vraag 6)

  1. Zoek bij elk van de vijf opties de plek in de tekst waar het zou moeten staan.
  2. Streep opties weg die niet in de tekst staan, of die de tekst tegenspreekt.
  3. Streep opties weg die wel in de tekst staan maar een ander standpunt ondersteunen.
  4. De twee die overblijven, onderbouwen het pleidooi.

Valkuilen

  • Een tegenargument als argument opschrijven.
  • Een voorbeeld als apart argument tellen.
  • Het standpunt van een geciteerde persoon als standpunt van de tekst geven.
  • Letterlijk overschrijven terwijl eigen woorden gevraagd worden, of het woordmaximum overschrijden.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen)
Onderwerpen die dit ondersteunt