Prioriteit: 🔴 Hoog
In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, het grootste rekenblok van vrijwel elk examen: 3–6 meerstapsberekeningen per tijdvak (3–5p per stuk).
Wat moet je kunnen?
- Een rekenketen opzetten: massa, volume, concentratie of ppm → mol → mol (molverhouding) → gevraagde grootheid.
- Bepalen welke stof in ondermaat is.
- Rendement, dichtheid, massapercentage en molair volume in de keten verwerken.
- De uitkomst geven in de gevraagde eenheid en het juiste aantal significante cijfers.
De kern
Rekenketen:
- Kloppende reactievergelijking (zie Reactievergelijkingen opstellen).
- Gegeven hoeveelheid → mol.
- Molverhouding uit de coëfficiënten:
- Mol → gevraagde grootheid (massa, volume, ton, m³ …).
- Controleer eenheid en significantie.
| Extra | Wat doe je? |
|---|---|
| twee beginstoffen gegeven | reken beide om naar mol, deel door de coëfficiënt: de kleinste is in ondermaat |
| rendement | werkelijke opbrengst = theoretisch × |
| gassen, zelfde en | volumeverhouding = molverhouding |
| ton of kg | reken gewoon met g of g, of werk in kmol |
m³ mol⁻¹ bij 298 K en (zie Molair volume van gassen).
Zo wordt het gevraagd
- “Bereken de massa in gram … die maximaal … is ontstaan” (2023-1).
- “Bereken hoeveel m³ chloor minimaal nodig is voor de productie van 1,0 ton chloropreen” met rendementen van twee stappen (2021-1): 5p.
- “Bereken de massa in kilogram CO₂ die vrijkomt door andere processen bij de productie van 1,0 kg waterstof. Noteer de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers” (2026-2): 4p.
- “Bereken het volume in m³ … Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers” (2024-2).
- Punten per stap in de keten; de significantie is vaak een los punt.
Uitgewerkt voorbeeld
Massa product (examenstijl, vergelijk 2023-1 vraag 2)
Hoeveel gram CO₂ ontstaat maximaal uit 10,0 g CaCO₃?
- mol
- Molverhouding 1 : 1, dus mol
- 4,40 g
Controle: CO₂ is 44 van de 100 massa-eenheden van CaCO₃, dus ~44% van 10,0 g. ✓
Volume gas uit een massa (examenstijl, vergelijk 2021-1 vraag 11)
Hoeveel m³ CO₂ (298 K, ) ontstaat bij volledige verbranding van 1,0 kg propaan?
- mol
- mol
- 1,7 m³ (2 significante cijfers, zoals 1,0 kg)
Valkuilen
- De molverhouding vergeten of omdraaien.
- Rekenen met de massa in plaats van de chemische hoeveelheid.
- Bij twee gegeven beginstoffen niet checken welke in ondermaat is.
- Rendement op de verkeerde plek: bij “hoeveel beginstof is nodig” deel je door , bij “hoeveel product ontstaat” vermenigvuldig je.
- Tussendoor te veel afronden, of de eindsignificantie verkeerd.
Test jezelf
2,0 mol H₂ reageert met 1,5 mol O₂ tot water. Welke stof is in ondermaat en hoeveel water ontstaat?
. Voor 2,0 mol H₂ is 1,0 mol O₂ nodig: H₂ is in ondermaat, er blijft 0,5 mol O₂ over en er ontstaat 2,0 mol H₂O.
De repeterende eenheid van PET is C₁₀H₈O₄ ( = 192,2). Hoeveel ton CO₂ ontstaat bij volledige verbranding van 1,0 ton PET?
Per eenheid 10 CO₂: 2,3 ton CO₂
Een reactie heeft een rendement van 80%. Je wilt 100 g product. Hoeveel theoretische opbrengst moet je inzetten?
125 g theoretisch: reken daarmee terug naar de beginstof.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 2, vraag 24: massa CO₂ uit twee gekoppelde reacties, met significantie (4p)
- 2021 tijdvak 1, vraag 11: m³ chloor per ton product met twee rendementen (5p)
- 2024 tijdvak 2, vraag 12: massa → mol elektronen → mol H₂ → volume (5p)
- 2018 tijdvak 1, vraag 8: ton CO₂ per ton PET (3p)
- 2019 tijdvak 2, vraag 7: liter ethanol per hectare aardappelen (4p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 8 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 100%.
- 2026 tijdvak 2: vraag 24
- 2026 tijdvak 1: vraag 6, 7, 9, 12, 18
- 2025 tijdvak 2: vraag 20, 26
- 2025 tijdvak 1: vraag 2, 5, 7, 15, 18
- 2024 tijdvak 2: vraag 9, 12, 25
- 2024 tijdvak 1: vraag 8, 10, 20
- 2023 tijdvak 2: vraag 9, 15
- 2023 tijdvak 1: vraag 2, 4, 17
- 2022 tijdvak 3: vraag 10, 12, 24
- 2022 tijdvak 2: vraag 2, 19
- 2021 tijdvak 3: vraag 10, 11
- 2021 tijdvak 2: vraag 3, 16, 19, 26
- 2021 tijdvak 1: vraag 11, 16, 20
- 2019 tijdvak 2: vraag 7, 12, 15
- 2019 tijdvak 1: vraag 1, 13, 15, 16, 20, 28
- 2018 tijdvak 2: vraag 3, 4, 12, 21, 26
- 2018 tijdvak 1: vraag 8, 18, 24
Ondersteunende onderwerpen
- Reactievergelijkingen opstellen
- Mol en molaire massa
- Molair volume van gassen
- Correctievoorschrift algemene regels