Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, bijna elk tijdvak een rekenvraag van 3–4p: “bereken de reactiewarmte per mol …”.

Wat moet je kunnen?

  • De reactiewarmte berekenen uit vormingswarmten, per mol van een genoemde stof.
  • Omgekeerd: een onbekende vormingswarmte berekenen uit een gegeven reactiewarmte.
  • De uitkomst omrekenen naar J per kg of naar de energie voor een gegeven hoeveelheid stof.
  • Uit het teken concluderen of een reactie exotherm of endotherm is (moet de reactor gekoeld of verwarmd worden?).

De kern

  • = vormingswarmte: energie-effect bij de vorming van 1 mol stof uit de elementen, in J mol⁻¹.
  • = coëfficiënt uit de kloppende reactievergelijking.
  • Elementen in hun standaardtoestand (H₂, O₂, N₂, Fe, C, S₈ …) hebben .
  • : exotherm (reactor koelen). : endotherm (verwarmen).
  • Vormingswarmten staan in je informatieboek (Binas-tabel 57). Staat een stof er niet in, dan wordt hij in de opgave gegeven.
Let opWaarom
faseH₂O(l) , H₂O(g) J mol⁻¹
”per mol X”deel door de coëfficiënt van X
”per kg X”deel daarna door in kg mol⁻¹

Achtergrond: energie gaat niet verloren, ze verandert alleen van vorm (wet van behoud van energie). Daarom mag je via de elementen “omrekenen”.

Zo wordt het gevraagd

  • “Bereken de reactiewarmte in joule per mol gevormd ijzer. Gebruik de waardes van de vormingswarmtes uit je informatieboek” (2026-2). Punten: juiste vormingswarmten met coëfficiënten, juist teken, omrekenen naar de gevraagde stof.
  • “Bereken de vormingswarmte van …” met gegeven reactiewarmte (2022-1).
  • ”… en geef aan of [reactor] moet worden verwarmd of gekoeld” (2021-3).
  • “Selecteer de juiste informatie uit de tabellen”: kies de juiste fase (2025-2).
  • Grote contextvragen (4p) combineren dit met stoichiometrie en rendement, bijvoorbeeld “Bereken de totale reactiewarmte in joule per kg …” (2021-2).

Uitgewerkt voorbeeld

Reactiewarmte per mol ijzer (examenstijl, vergelijk 2026-2 vraag 23)

(hier gekozen: water als gas)

  1. Producten: J
  2. Beginstoffen: J
  3. J per 2 mol Fe
  4. Per mol Fe: +4,9·10⁴ J mol⁻¹, dus endotherm.

Controle: het teken klopt met het beeld dat je ijzeroxide energie moet geven om er ijzer van te maken. ✓

Onbekende vormingswarmte (examenstijl, vergelijk 2022-1 vraag 2)

Verbranding: , J mol⁻¹. Bereken van ethanol.

  1. −2,78·10⁵ J mol⁻¹

Controle: dit is de tabelwaarde van ethanol(l). ✓

Valkuilen

  • Begin min eind rekenen in plaats van eind min begin: je krijgt het verkeerde teken.
  • Coëfficiënten niet meenemen, of niet terugrekenen naar “per mol X”.
  • De verkeerde fase van water kiezen.
  • Voor een element een vormingswarmte invullen: die is 0.
  • De reactievergelijking niet eerst kloppend maken.
  • Eenheid vergeten of verkeerd overnemen: kost een scorepunt.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt