Prioriteit: 🔴 Hoog
In 6 van de 8 onderzochte examenjaren expliciet genoemd, maar nodig in vrijwel elke rekenvraag: massa ↔ mol, vaak met een eigen scorepunt.
Wat moet je kunnen?
- De molaire massa berekenen uit een molecuulformule (ook groot, zoals C₈H₁₇NO₃S).
- Omrekenen tussen massa, mol en aantal deeltjes, ook met µmol, mg of ton.
- Een massaverhouding omrekenen naar een molverhouding (bijvoorbeeld monomeren in een copolymeer).
- De molaire massa van een peptide of polymeer-eenheid bepalen.
De kern
| Symbool | Grootheid | Eenheid |
|---|---|---|
| chemische hoeveelheid | mol | |
| massa | g (of kg) | |
| molaire massa | g mol⁻¹ | |
| aantal deeltjes | – |
- = som van de atoommassa’s (informatieboek), met de index als vermenigvuldiger.
- De molecuulmassa in u is getalsmatig gelijk aan in g mol⁻¹.
- Voorvoegsels: µ = 10⁻⁶, m = 10⁻³, k = 10³. 1 ton = 10⁶ g.
- Massaverhouding → molverhouding: deel elke massa door zijn eigen , en vergelijk dan.
Zo wordt het gevraagd
- De molaire massa van felinine (C₈H₁₇NO₃S) bepalen en van µmol per kg omrekenen naar gram (2025-2 vraag 20).
- “Bereken de oplosbaarheid van [stof] in mol L⁻¹” bij een oplosbaarheid in mg L⁻¹ (2023-2 vraag 1).
- “Bereken het aantal monomeereenheden X per monomeereenheid Y” uit een massaverhouding (2022-1 vraag 12): 3p.
- Molecuulmassa’s optellen en water aftrekken voor een peptide (2024-2 vraag 4).
- Vaak is al gegeven (“de molaire massa van pyrodruivenzuur bedraagt 88,1 g mol⁻¹”, 2023-1): gebruik die waarde.
Uitgewerkt voorbeeld
Molaire massa en µmol naar mg (examenstijl, vergelijk 2025-2 vraag 20)
Felinine: C₈H₁₇NO₃S. Een kat scheidt 5,0 µmol per kg lichaamsgewicht uit. Hoeveel mg is dat per kg?
- g mol⁻¹
- g 1,0 mg
Massaverhouding naar molverhouding (examenstijl, vergelijk 2022-1 vraag 12)
Een copolymeer bestaat voor 60 massa-% uit styreen (C₈H₈, = 104,1) en 40 massa-% uit butadieen (C₄H₆, = 54,09). Hoeveel butadieen-eenheden per styreen-eenheid?
- Neem 100 g: mol
- mol
- 1,3 butadieen per styreen
Controle: butadieen heeft een kleinere , dus meer eenheden per gram. ✓
Valkuilen
- De index vergeten (C₈ is 8 × 12,01).
- µmol en mmol verwisselen.
- Een massaverhouding direct als molverhouding gebruiken.
- Een gegeven uit de opgave negeren en zelf (anders) uitrekenen.
- Tussendoor te veel afronden in een lange keten.
Test jezelf
Hoeveel watermoleculen zitten er in 1,0 g water?
3,3·10²² moleculen
Wat is de molaire massa van Ca(OH)₂?
74,10 g mol⁻¹
Hoeveel mol is 1,0 ton CO₂ ( = 44,01)?
2,3·10⁴ mol
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2025 tijdvak 2, vraag 20: molaire massa felinine, µmol per kg naar gehalte (3p)
- 2022 tijdvak 1, vraag 12: monomeereenheden per eenheid uit een massaverhouding (3p)
- 2023 tijdvak 2, vraag 1: oplosbaarheid van mg L⁻¹ naar mol L⁻¹ (2p)
- 2024 tijdvak 2, vraag 4: massa van een peptideketen uit een tabel (2p)
- 2021 tijdvak 1, vraag 16: massa transferrine per liter naar mol (3p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 6 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 75%.
- 2025 tijdvak 2: vraag 20, 26
- 2025 tijdvak 1: vraag 7, 15, 18
- 2024 tijdvak 2: vraag 4, 9
- 2024 tijdvak 1: vraag 1, 5, 8, 10, 20
- 2023 tijdvak 2: vraag 1
- 2023 tijdvak 1: vraag 2, 4, 17, 18
- 2022 tijdvak 3: vraag 12, 24
- 2022 tijdvak 2: vraag 2, 10, 19
- 2022 tijdvak 1: vraag 12
- 2021 tijdvak 2: vraag 2, 3, 16, 17, 19, 26
- 2021 tijdvak 1: vraag 16
- 2019 tijdvak 1: vraag 13, 16