Prioriteit: 🔴 Hoog
In 7 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak meerdere vragen: een peptidefragment tekenen (3–4p), redeneren met restgroepen of met de structuurniveaus.
Wat moet je kunnen?
- Een peptidefragment tekenen uit een gegeven volgorde (3- of 1-lettercode), met peptidebindingen en restgroepen.
- Hydrolyse of condensatie van een peptide in een vergelijking weergeven.
- Uitleggen welk structuurniveau verandert bij een behandeling.
- De lading van restgroepen bij een pH afleiden en daarmee redeneren.
De kern
- Aminozuur: H₂N–CHR–COOH. R = restgroep (structuren en 1-lettersymbolen staan in je informatieboek).
- Peptidebinding –C(=O)–NH– ontstaat bij condensatie: COOH + H₂N → peptidebinding + H₂O. Hydrolyse is het omgekeerde.
- Een keten schrijf je van N-kant (H₂N–) naar C-kant (–COOH).
- Massa van een peptide: .
| Structuur | Wat? | Bijeengehouden door |
|---|---|---|
| primair | volgorde van aminozuren | peptidebindingen |
| secundair | α-helix, β-plaat | waterstofbruggen tussen C=O en N–H van de ruggengraat |
| tertiair | ruimtelijke vouwing van de hele keten | interacties tussen restgroepen (H-bruggen, ionbindingen, S–S-bruggen, vanderwaals) |
| Restgroep | Lage pH | Hoge pH |
|---|---|---|
| zuur: Asp (D), Glu (E) | –COOH (neutraal) | –COO⁻ (negatief) |
| basisch: Lys (K), Arg (R) | –NH₃⁺ (positief) | –NH₂ (neutraal) |
Zo wordt het gevraagd
- “Teken dit peptidefragment. Gebruik hierbij structuurformules” (2023-2, 4p); “Teken … het uiteinde van de eiwitketen. Dit gedeelte moet bestaan uit de laatste twee aminozuureenheden” (2022-1, 4p).
- “Leg uit welk(e) structuurkenmerk(en) van een peptideketen is (zijn) veranderd door het uitrekken” (2025-1): antwoord per niveau.
- “Leg uit welke peptideketen bij hogere pH het meest Mn²⁺-ionen kan binden” (2023-1): zure restgroepen worden negatief.
- “Leg uit op microniveau dat … zure restgroepen bijdraagt aan het opzwellen van keratine bij hoge pH” (2018-2).
Uitgewerkt voorbeeld
Tripeptide tekenen en massa berekenen (examenstijl, vergelijk 2024-2 vraag 4)
Gly–Ala–Ser (: 75,07; 89,09; 105,09)
- Structuur: H₂N–CH₂–C(=O)–NH–CH(CH₃)–C(=O)–NH–CH(CH₂OH)–COOH
- Twee peptidebindingen, dus twee keer H₂O afgesplitst.
- 233,21 g mol⁻¹
Controle: begin met H₂N (Gly), eind met COOH (Ser). ✓
Welk structuurniveau verandert? (examenstijl, vergelijk 2025-1 vraag 23)
Een eiwitvezel wordt uitgerekt; de helixen worden gestrekt.
- Primair: blijft gelijk, want de peptidebindingen breken niet.
- Secundair: verandert, want de waterstofbruggen in de helix worden verbroken.
- Tertiair: verandert ook, want de vouwing van de keten verandert.
Valkuilen
- De peptidebinding verkeerd tekenen (C=O en N–H niet uitgetekend).
- N-kant en C-kant verwisselen in een gegeven volgorde.
- Bij de massa het afgesplitste water vergeten.
- Denken dat denatureren de primaire structuur aantast (alleen hydrolyse breekt peptidebindingen).
- Restgroepladingen bij de verkeerde pH geven.
Test jezelf
Wat is de lading van de restgroep van lysine bij pH = 12, en die van glutaminezuur?
Lysine: –NH₂, neutraal. Glutaminezuur: –COO⁻, negatief.
Welk structuurniveau wordt vastgelegd door de volgorde van de basen in het DNA?
De primaire structuur (de aminozuurvolgorde).
Hoeveel watermoleculen komen vrij bij de vorming van een eiwit van 150 aminozuren?
149: één per peptidebinding.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2023 tijdvak 2, vraag 13: peptidefragment
Cys–Gly–Pro–Cystekenen (4p)- 2022 tijdvak 1, vraag 20: laatste twee aminozuureenheden tekenen uit de DNA-code (4p)
- 2025 tijdvak 1, vraag 23: welk structuurkenmerk verandert door uitrekken (2p)
- 2023 tijdvak 1, vraag 21: welke peptideketen bindt bij hoge pH de meeste Mn²⁺ (3p)
- 2018 tijdvak 1, vraag 9: fragment compleet maken met waterstofbruggen (4p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 7 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 87,5%.
- 2025 tijdvak 2: vraag 21, 22, 23
- 2025 tijdvak 1: vraag 23, 24
- 2024 tijdvak 2: vraag 4, 5
- 2024 tijdvak 1: vraag 17, 18
- 2023 tijdvak 2: vraag 13
- 2023 tijdvak 1: vraag 21
- 2022 tijdvak 2: vraag 20, 21, 22
- 2022 tijdvak 1: vraag 20
- 2021 tijdvak 2: vraag 11, 12, 13
- 2019 tijdvak 2: vraag 3
- 2019 tijdvak 1: vraag 11, 19, 23
- 2018 tijdvak 2: vraag 13, 14, 16
- 2018 tijdvak 1: vraag 9