Prioriteit: 🔴 Hoog

In 6 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als redenering: welke groep reageert als zuur of base, wat doet de pH met de lading, is dit zuur-base of redox (2–3p).

Wat moet je kunnen?

  • Zuren, basen en amfolyten herkennen, ook als groep in een groot molecuul.
  • Een zuur-basereactie opschrijven als overdracht van één H⁺.
  • Uitleggen hoe de pH de lading van –COOH- en –NH₂-groepen verandert, en wat dat met een eigenschap doet.
  • Onderscheiden of een omzetting zuur-base (H⁺) of redox (e⁻) is.

De kern

  • Zuur: deeltje dat H⁺ afstaat. Base: deeltje dat H⁺ opneemt, met een vrij elektronenpaar.
  • Geconjugeerd paar: zuur en base die één H⁺ verschillen (CH₃COOH / CH₃COO⁻, NH₄⁺ / NH₃).
  • Amfolyt: kan beide (H₂O, HCO₃⁻, HPO₄²⁻, cyaanamide in 2025-2).
Moet je kennen
zurenHCl, H₂SO₄, HNO₃, H₃PO₄, CH₃COOH, CO₂ + H₂O (‘H₂CO₃’)
basenOH⁻, NH₃, CO₃²⁻, HCO₃⁻, O²⁻
oplossingenzoutzuur = H₃O⁺ + Cl⁻; natronloog = Na⁺ + OH⁻; ammonia = NH₃ in water
GroepLage pHHoge pH
–COOH–COOH (neutraal)–COO⁻ (negatief)
–NH₂ (amine)–NH₃⁺ (positief)–NH₂ (neutraal)
  • Een amide-N heeft geen beschikbaar vrij elektronenpaar en is geen base.
  • Zuur-base of redox? Wordt er H⁺ overgedragen (bijv. OH⁻ → H₂O), dan is het zuur-base. Veranderen er elektronen van eigenaar, dan redox (zie Redoxreacties).

Zo wordt het gevraagd

  • “Leg uit of het materiaal bij lagere pH meer of minder water kan opnemen dan bij pH = 7” (2026-1): protonering van –COO⁻ → minder afstoting.
  • “Leg uit welke van de drie alkaloïden uit de figuur niet als base reageert” (2021-1): N zonder beschikbaar vrij elektronenpaar.
  • “Leg uit op microniveau dat … zure restgroepen bijdraagt aan het opzwellen van keratine bij hoge pH” (2018-2).
  • Of een omzetting een zuur-basereactie kan zijn (2023-1): weerleggen ten gunste van redox.

Uitgewerkt voorbeeld

Zuur-basereacties opschrijven

  1. Zoutzuur + ammonia:
  2. Azijnzuur + natronloog:

Controle: in beide gaat precies één H⁺ van zuur naar base; tribune-ionen (Cl⁻, Na⁺) staan er niet in. ✓

pH en wateropname (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 13)

Een superabsorber heeft veel –OCH₂COO⁻-groepen. Neemt het bij lagere pH meer of minder water op?

  1. Bij lagere pH nemen de –COO⁻-groepen H⁺ op: ze worden –COOH (neutraal).
  2. Minder negatieve ladingen → minder afstoting tussen de ketens.
  3. De ketens komen dichter bij elkaar: er is minder ruimte voor water → minder wateropname.

Valkuilen

  • Een zuur-basereactie opschrijven met tribune-ionen.
  • Twee H⁺ tegelijk overdragen in één stap.
  • Elk N-atoom basisch noemen (amide niet).
  • De richting omdraaien: bij lage pH worden groepen juist geprotoneerd.
  • Zuur-base en redox verwarren.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt