Prioriteit: 🟠 Midden
SE-2 · weging 33⅓% · hoofdstuk 12. Contextvragen zoals “Bij welk instelgemiddelde…?” en “Bereken de kans dat in een steekproef van 100 moeren er minstens tien…” (diagnostische toets 7–8). Wordt 🔴 zodra SE-1 voorbij is.
Wat moet je kunnen?
- Het werkschema toepassen in een context, inclusief afronden in de goede richting.
- De combinatie normaal → binomiaal herkennen en uitrekenen.
- Percentages en aantallen berekenen (kans × groepsgrootte).
De kern
Werkschema: aanpak bij opgaven over de normale verdeling
- Schets een normaalkromme en verwerk hierin , , , en opp.
- Kleur het gebied dat bij de vraag hoort.
- Bereken met de GR het ontbrekende getal.
- Beantwoord de gestelde vraag.
Normaal en binomiaal
- = kans voor één exemplaar, met normalcdf.
- = het aantal in de steekproef: binomiaal verdeeld met en (reken door met de onafgeronde ).
- binomcdf.
Afronden in de context: “Vanaf welke score mag je meedoen?” met en gehele scores: 75 (naar boven afronden).
Zo wordt het gevraagd
- “Bij welk instelgemiddelde zal slechts 10% van de dozen een inhoud van minder dan 250 gram hebben?” (diagnostische toets 7).
- “Bereken de kans dat in een steekproef van 100 moeren er minstens tien bij zijn met een diameter van meer dan 14,50 mm.” (diagnostische toets 8).
- “Hoeveel van deze mannen zijn naar verwachting korter dan 173 cm?” (Terugblik blz. 151).
Uitgewerkt voorbeeld
Normaal en binomiaal (vergelijk H12 diagnostische toets 8)
Diameter normaal verdeeld met mm en mm. Bereken de kans dat in een steekproef van 100 moeren er minstens tien een diameter van meer dan 14,50 mm hebben.
- normalcdf
- = het aantal moeren met diameter mm. is binomiaal verdeeld met en
- binomcdf
Controle met scipy: 0,0574 ✓
Valkuilen
- afronden voordat je binomcdf gebruikt.
- uitrekenen als .
- Een grens afronden zonder op de context te letten (score, gewicht, “hoogstens 20%”).
- Percentage vragen en een kans geven (of andersom).
Test jezelf
Inhoud normaal verdeeld met gram. Bij welke heeft 10% minder dan 250 gram?
normalcdf, intersect: gram.
Pakken hagelslag: g, g. Kans dat in 25 pakken er minstens vier minder dan 250 g wegen?
normalcdf; binomcdf.
Oefenen
Goede opgaven om te oefenen
- H12 opgave 36–39 · uitwerking: werkschema in context
- H12 opgave A40–A42 · uitwerking: pittiger contexten
- H12 opgave 44–A45 · uitwerking: normaal en binomiaal
- H12 diagnostische toets 7 · uitwerking: instelgemiddelde
- Gemengde opgave 34 · uitwerking: context
Bronnen
- §12.3 Theorie A: De normale verdeling gebruiken, met werkschema (blz. 146)
- §12.3 Theorie B: Normale en binomiale verdeling (blz. 149)
- Terugblik §12.3 (blz. 151)
- Diagnostische toets 7–8 (blz. 171)