Prioriteit: 🟠 Midden

In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als opgave over één techniek: echografie (looptijden, akoestische weerstand), röntgen (contrast) of PET/SPECT.

Wat moet je kunnen?

  • Per techniek het natuurkundige principe noemen en koppelen aan wat je op het beeld ziet.
  • Bij echografie rekenen met looptijden en de herhaalfrequentie.
  • Technieken vergelijken op veiligheid (ioniserend of niet) en toepassing.

De kern

TechniekPrincipeIoniserend?
röntgenfoto / CTverschil in absorptie (halveringsdikte) tussen weefselsja
echografieweerkaatsing van ultrageluid op overgangen tussen weefselsnee
MRIwaterstofkernen in een sterk magneetveld zenden radiogolven uitnee
PETβ⁺-tracer; positron + elektron annihileren tot twee γ-fotonen in tegengestelde richtingja
SPECT / nucleairγ-straling van een tracer in het lichaamja
  • Echografie: puls gaat heen en terug, . De volgende puls mag pas als de vorige terug is: .
  • Contactgel voorkomt een laag lucht: die weerkaatst bijna alles.
  • Kleinste waarneembare detail bij echografie: ongeveer een halve pulslengte.
  • Zie Halveringsdikte, Ioniserende straling en Golfsnelheid.

Zo wordt het gevraagd

  • Maximale herhaalfrequentie van de transducer uit de looptijd van de geluidspuls (2024-1 vraag 22, 5p).
  • Functie van contactgel verklaren met de akoestische weerstand van lucht en weefsel (2024-1 vraag 21).
  • Contrast op een röntgenfoto tussen lever en omliggend weefsel (2025-2 vraag 19, 5p).
  • Veiligheid van MRI en CT vergelijken (2018-1 vraag 17).

Uitgewerkt voorbeeld

Herhaalfrequentie (examenstijl, vergelijk 2024-1 vraag 22)

Een orgaan ligt 12 cm diep; m/s in weefsel.

  1. s
  2. Hz

Valkuilen

  • Bij echografie de afstand niet verdubbelen.
  • MRI indelen bij ioniserende straling.
  • Denken dat een grotere frequentie van de puls de diepte vergroot (hoge frequentie geeft meer detail, maar meer absorptie).

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)