Prioriteit: π΄ Hoog
In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal 2β4 vragen per tijdvak: een vervalvergelijking en een rekenvraag met de halveringstijd.
Wat moet je kunnen?
- Een vervalvergelijking opstellen (Ξ±, Ξ²β», Ξ²βΊ, Ξ³) en de dochterkern opzoeken.
- Met de halveringstijd rekenen: hoeveel is er over na tijd , of hoe lang duurt het tot er X% over is?
- De activiteit berekenen uit het aantal kernen (of de massa), en andersom.
- Een vervalkromme aflezen en de halveringstijd uit een grafiek bepalen.
De kern
Je weet niet wanneer één kern vervalt, maar van een grote groep vervalt per halveringstijd steeds de helft.
| Symbool | Betekenis | Eenheid |
|---|---|---|
| aantal instabiele kernen | β | |
| activiteit (vervallen per seconde) | Bq | |
| halveringstijd (opzoeken in het informatieboek) | s in |

Vervalvergelijkingen. Massagetal en ladingsgetal zijn links en rechts gelijk.
| Verval | Deeltje | Wat verandert er? |
|---|---|---|
| Ξ± | massagetal β4, atoomnummer β2 | |
| Ξ²β» | neutron β proton: atoomnummer +1 | |
| Ξ²βΊ | proton β neutron: atoomnummer β1 | |
| Ξ³ | foton | niets, de kern verliest alleen energie |
- Zie Halveringsdikte voor hetzelfde idee in afstand in plaats van tijd.
Zo wordt het gevraagd
- βGeef de vervalvergelijking van β¦β (2022-1 vraag 16, 2019-2 vraag 21). Punten voor het juiste deeltje, de juiste dochterkern en een kloppende massa en lading.
- Aantal jaren tot 30% afname van de activiteit van cesium-137 (2026-2 vraag 2). Afgenomen met 30% betekent dat er 70% over is.
- Massa Co-60 in een bron via (2019-2 vraag 23): eerst , dan de massa via de atoommassa, met in seconden.
- Tijdsduur na injectie uit de afname van de activiteit van stikstof-13 (2025-1 vraag 20).
Uitgewerkt voorbeeld
Cesium-137 (examenstijl, vergelijk 2026-2 vraag 2)
Cs-137 heeft een halveringstijd van 30 jaar. Na hoeveel jaar is de activiteit met 30% afgenomen?
- Er is dan 70% over:
- 15 jaar
Controle: minder dan één halveringstijd, want er is meer dan 50% over. β
Activiteit van 1,0 Β΅g Cs-137 (examenstijl, vergelijk 2019-2 vraag 23)
- 3,2Β·10βΆ Bq
Valkuilen
- βAfgenomen met 30%β lezen als β30% overβ.
- niet omrekenen naar seconden in .
- voor activiteit en voor massagetal door elkaar halen.
- Bij Ξ²β»-verval het atoomnummer verlagen in plaats van verhogen.
- Tellen in hele halveringstijden terwijl geen veelvoud van is. Gebruik dan de formule.
Test jezelf
Een bron heeft een activiteit van 800 Bq en een halveringstijd van 6,0 uur. Wat is de activiteit na 18 uur?
18 uur is 3 halveringstijden: 800 β 400 β 200 β 100 Bq.
Welke dochterkern ontstaat bij Ξ²β»-verval van Cs-137? Geef de vervalvergelijking.
(+ Ξ³). Het atoomnummer gaat van 55 naar 56, dus barium.
Twee bronnen hebben evenveel instabiele kernen. Welke heeft de grootste activiteit?
De bron met de kortste halveringstijd, want .
Na hoeveel hele halveringstijden is er minder dan 1% over?
, dus na 7 halveringstijden.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 2, vraag 1β2: dochterkern van Cs-137 en tijd tot 30% afname (2p + 3p)
- 2025 tijdvak 1, vraag 19β20: stikstof-13 voor PET, kernreactie en tijdsduur (3p + 3p)
- 2019 tijdvak 2, vraag 21 en 23: vervalvergelijking Co-60 en massa uit activiteit (3p + 4p)
- 2024 tijdvak 2, vraag 10β11: vervalreeks van thorium-232, constante activiteit (3p + 2p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 8 van de 8 onderzochte examenjaren (2018-2026, 2020: geen examen gehouden) β 100%.
- 2026 tijdvak 2: vraag 1, 2
- 2025 tijdvak 1: vraag 19, 20
- 2024 tijdvak 2: vraag 10, 11, 15
- 2023 tijdvak 2: vraag 12
- 2022 tijdvak 3: vraag 10, 11, 13, 14
- 2022 tijdvak 1: vraag 16, 17
- 2021 tijdvak 3: vraag 18, 20
- 2021 tijdvak 2: vraag 12, 13, 15
- 2021 tijdvak 1: vraag 19, 20
- 2019 tijdvak 2: vraag 21, 23, 25
- 2019 tijdvak 1: vraag 7, 10
- 2018 tijdvak 2: vraag 19, 21, 23, 24