Prioriteit: 🟠 Midden

In 3 van de 8 onderzochte examenjaren, als bijlagevraag: nauwkeurig aflezen, raaklijnen tekenen of een tweede diagram schetsen (2–5p).

Wat moet je kunnen?

  • Het type diagram herkennen: (u,t) of (u,x).
  • , en nauwkeurig aflezen, over meerdere perioden.
  • Snelheden bepalen met raaklijnen, en uit een (x,t)-diagram een (v,t)-diagram schetsen.

De kern

DiagramHorizontale asAf te lezen
(u,t)tijdtrillingstijd , amplitude , faseverschil in tijd
(u,x)plaatsgolflengte , amplitude , faseverschil in plaats
  • Lees zoveel mogelijk hele perioden af en deel door het aantal.
  • De amplitude is de afstand van de evenwichtsstand tot de top, niet van top tot dal.
  • Helling in een (u,t)- of (x,t)-diagram: snelheid; steilste stuk betekent grootste snelheid.
  • Zie Trillingstijd en frequentie en Faseverschil.

Zo wordt het gevraagd

  • Trillingstijd aflezen: 4,25 trillingen in 0,050 s uit een spanning-tijddiagram (2019-2 vraag 11).
  • Raaklijnen tekenen en de snelheid vlak voor en na een stuit bepalen (2025-2 vraag 7, 4p).
  • Maximale snelheid uit een (x,t)-diagram bepalen en het (v,t)-diagram tekenen (2022-2 vraag 4, 5p).

Uitgewerkt voorbeeld

Meerdere perioden (examenstijl, vergelijk 2019-2 vraag 11)

In een spanning-tijddiagram passen 4,25 trillingen in 0,050 s.

  1. s
  2. 85 Hz

Valkuilen

  • Een (u,x)-diagram lezen alsof het een (u,t)-diagram is (dan geef je als ).
  • Amplitude van top tot dal meten.
  • EÊn periode aflezen, waardoor de afleesfout groot is.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)