Prioriteit: 🔴 Hoog
In 3 van de 3 onderzochte examenjaren, meestal 4–5 vragen per tijdvak (samen 7–9p), vaak binnen een scenario (“Stel, je werkt aan een werkstuk over …”).
Wat moet je kunnen?
- Betrouwbaarheid en bruikbaarheid van elkaar onderscheiden.
- Betrouwbaarheid onderbouwen met concrete kenmerken uit de bron (inhoud en stijl).
- Bruikbaarheid beoordelen voor een gegeven doel, ook met categorieën als “voor argumentatie” of “voor een pakkend voorbeeld”.
De kern
| Betrouwbaarheid | Bruikbaarheid |
|---|---|
| Kun je de bron vertrouwen? | Helpt de bron voor dit doel? |
| deskundigheid en belang van de auteur | gaat over het juiste deelonderwerp |
| onderbouwing, bronvermelding, cijfers | juiste aspect, periode, doelgroep |
| nuance: voor én tegen | past bij de rol (voor/tegen) en de soort tekst |
| zekere of juist onzekere formulering (“denk ik”) | objectief nodig? dan geen opiniestuk |
- Een betrouwbare bron kan onbruikbaar zijn; een onbetrouwbare bron kan bruikbaar zijn (voor een pakkend voorbeeld).
- “Laat de vindplaats en auteur buiten beschouwing”: dan tellen alleen inhoud en stijl.
- Vage antwoorden (“bron 3 is best moeilijk”) worden niet goedgerekend; noem wat je ziet.
Zo wordt het gevraagd
- “Stel, je werkt aan een werkstuk over algemene kenmerken van straattaal … Je stelt vast dat tekst 1 een betrouwbare bron is … Je twijfelt echter aan de inhoudelijke relevantie.” (2026-2 vraag 10).
- “Je twijfelt eraan of bron 2 wel een betrouwbare informatiebron is. Typeer de betrouwbaarheid …” (2026-1 vraag 10).
- Per leerling: niet bruikbaar / bruikbaar voor inhoudelijke argumentatie / voor een pakkend voorbeeld (2026-2 vraag 24).
- “Laat hierbij overwegingen vanuit de betrouwbaarheid buiten beschouwing” (2024-2 vraag 25).
- Per bron het thema waarvoor die vooral bruikbaar is (2025-2 vraag 37).
Uitgewerkt voorbeeld
Betrouwbaar, maar bruikbaar? (examenstijl, vergelijk 2026-2 vraag 10)
Doel: werkstuk over algemene kenmerken van straattaal. Tekst 1: een wetenschappelijk artikel van een taalkundige over straattaal in één Rotterdamse wijk in 2005.
- Betrouwbaar? Ja: deskundige auteur, onderzoek, geen belang.
- Bruikbaar? Twijfel: gaat over één wijk en is verouderd, terwijl je algemene kenmerken zoekt. Antwoord: “Tekst 1 is betrouwbaar, maar beschrijft alleen straattaal in één wijk twintig jaar geleden, dus het is de vraag of de kenmerken algemeen gelden.”
Drie categorieën bruikbaarheid (examenstijl, vergelijk 2026-2 vraag 24)
Tekst: een persoonlijk verhaal van een jongen die gepest werd op sociale media.
- Leerling A onderzoekt de oorzaken van pesten: bruikbaar voor een pakkend voorbeeld (het is geen onderbouwing).
- Leerling B onderzoekt wetgeving rond privacy: niet bruikbaar.
- Leerling C onderzoekt hoe slachtoffers pesten ervaren: bruikbaar voor inhoudelijke argumentatie.
Valkuilen
- Betrouwbaarheid noemen als er naar bruikbaarheid wordt gevraagd (of andersom).
- Auteur of vindplaats noemen terwijl de vraag die uitsluit.
- Vage kenmerken (“de tekst is goed geschreven”) in plaats van concrete.
Test jezelf
Een folder van een zuivelbedrijf over de gezondheid van melk. Welk betrouwbaarheidscriterium staat onder druk?
Belang: de maker heeft er baat bij dat je de uitspraak gelooft.
Je zoekt alleen objectieve bronnen. Is een column bruikbaar?
Nee: een column geeft een persoonlijke mening.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 2, vraag 10, 11 en 24: betrouwbaar maar niet relevant, criterium wetenschappelijke bronnen, drie categorieën bruikbaarheid (1p + 2p + 2p)
- 2025 tijdvak 2, vraag 27 en 37: drie onvoldoende betrouwbare informatiebronnen, bruikbaarheid per bron (3p + 2p)
- 2025 tijdvak 1, vraag 23 en 24: uitspraken die de betrouwbaarheid tonen (3p + 2p)
- 2026 tijdvak 1, vraag 10: betrouwbaarheid van bron 2 typeren (2p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 3 van de 3 onderzochte examenjaren (2024–2026) — 100%. Per examen 2 tot 9 punten, relatief zwaar per vraag.
- 2024 tijdvak I: vraag 33 (3p, vier kenmerken zonder auteur/vindplaats), 34 (2p, niet bruikbaar).
- 2024 tijdvak II: vraag 6, 24 (betrouwbaarheid reactie 2), 25 (relevantie, los van betrouwbaarheid), 5 punten.
- 2025 tijdvak I: vraag 11, 13 (citeeropdracht), 23, 24 (MC-uitsprakenlijsten), circa 9 punten.
- 2025 tijdvak II: vraag 27, 29, 33 (koppeling met een drogreden), 37 (bruikbaarheid per bron voor thema a/b/c).
- 2026 tijdvak 1: vraag 10 (2p, kale betrouwbaarheidsvraag).
- 2026 tijdvak 2: vraag 10, 11, 24 (drieledige bruikbaarheid), 38 (objectiviteit), 39 (geschikt voor literatuuropdracht), 7 punten.
Oorspronkelijke vindplaatsen (oude notitie)
- 2024 tijdvak I: vraag 33, 34 (5p, expliciet scenario “onderzoek naar de waardering van…”).
- 2024 tijdvak II: vraag 6, 24, 25 (5p) — scherp onderscheid betrouwbaar vs. bruikbaar expliciet in de vraagstelling.
- 2025 tijdvak I: vraag 11, 13, 23, 24 (9p) — hier zonder apart scenario, via meerkeuze-uitsprakenlijsten.
- 2025 tijdvak II: vraag 27, 29, 33, 37 (in scenario’s “voor een eindopdracht”/documentatiemap).
- 2026 tijdvak 1: vraag 10 (enige directe voorbeeld, geen apart doel-scenario dit keer).
- 2026 tijdvak 2: vraag 10, 11, 24, 38, 39 (5 vragen; vraag 24 introduceert een drieledige bruikbaarheidscategorisering: niet bruikbaar / bruikbaar voor argumentatie / bruikbaar als voorbeeld).
- Aanwezig in 3 van de 3 onderzochte examenjaren. Scenario-inleiding (“Stel, je werkt aan een werkstuk over…”) is de meest voorkomende, herkenbare aankondiging van dit vraagtype.