Prioriteit: 🔴 Hoog
In 6 van de 8 onderzochte examenjaren, als los scorepunt bij grote rekenvragen: “Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers” (1p per vraag, vaak meerdere keren per examen).
Wat moet je kunnen?
- Het aantal significante cijfers van een gegeven waarde bepalen.
- De uitkomst van een meerstapsberekening in het juiste aantal cijfers geven.
- De logaritmeregel toepassen bij pH en [H₃O⁺].
- Herkennen welke getallen exact zijn en niet meetellen.
De kern
| Bewerking | Regel |
|---|---|
| × en ÷ | evenveel significante cijfers als de waarde met de minste |
| + en − | evenveel decimalen als de waarde met de minste |
| pH | aantal decimalen van de pH = aantal significante cijfers van de concentratie |
| omgekeerd: significante cijfers = aantal decimalen van de pH |
Tellen van significante cijfers
- Nullen vooraan tellen niet mee: 0,00450 heeft 3 significante cijfers.
- Nullen achteraan na de komma tellen wel mee: 2,50 heeft 3.
- Schrijf grote getallen als macht van 10 om duidelijk te zijn: heeft 3.
Exact (tellen niet mee): coëfficiënten in een reactievergelijking, getelde aantallen, omrekenfactoren zoals 1000 en 60.
- Rond pas aan het eind af; tussendoor minstens één cijfer extra meenemen.
- Een molaire massa uit het informatieboek is nauwkeurig genoeg: de meetwaarden in de vraag bepalen de significantie.
Zo wordt het gevraagd
- “Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers”: vast los scorepunt bij grote rekenvragen (2023-1, 2023-2, 2022-1, 2021-2 …).
- Bij een elektrolyseberekening met 2 significante cijfers en een -berekening met 1 significant cijfer (2021-3).
- Soms geeft een aanvulling ruimte: bij 2025-1 vraag 18 werd ook een antwoord in vier significante cijfers goedgerekend.
Uitgewerkt voorbeeld
Meerstapsberekening
Hoeveel mol ionen levert 12,5 g NaCl ( = 58,44 g mol⁻¹)? NaCl → Na⁺ + Cl⁻.
- mol (tussenwaarde, niet afronden)
- mol
- 12,5 heeft 3 significante cijfers, de 2 is exact: 0,428 mol
pH met de logaritmeregel
mol L⁻¹ (2 significante cijfers).
- pH
- 2 significante cijfers → 2 decimalen: pH = 2,49
Valkuilen
- Tussendoor afronden, waardoor het eindantwoord afwijkt.
- Een exacte coëfficiënt (2, 3) laten bepalen dat het antwoord maar 1 cijfer mag hebben.
- Bij de pH significante cijfers tellen in plaats van decimalen.
- 1200 schrijven terwijl je 2 significante cijfers bedoelt: schrijf .
- Het significantiepunt vergeten als de vraag er expliciet om vraagt.
Test jezelf
Hoeveel significante cijfers hebben 0,00450 en ?
Allebei 3.
De pH is 4,70. Geef .
→ 2 decimalen, dus 2 significante cijfers: 2,0·10⁻⁵ mol L⁻¹
Wat is 12,51 + 3,2?
15,71 → minste decimalen is 1 → 15,7
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2023 tijdvak 1, vraag 25: maximale nuttige energie met significantie (4p)
- 2023 tijdvak 2, vraag 9 en 15: meerstapsberekeningen met significantie-eis (4p elk)
- 2024 tijdvak 2, vraag 12: volume H₂ in m³ in het juiste aantal cijfers (5p)
- 2021 tijdvak 3, vraag 19: -berekening in 1 significant cijfer
- 2025 tijdvak 1, vraag 18: significantiepunt met een aanvulling (4p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 6 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 75%.
- 2025 tijdvak 2: vraag 26
- 2025 tijdvak 1: vraag 7, 18
- 2024 tijdvak 2: vraag 12, 25
- 2024 tijdvak 1: vraag 10, 20
- 2023 tijdvak 2: vraag 9, 15
- 2023 tijdvak 1: vraag 4, 25
- 2022 tijdvak 3: vraag 12, 24
- 2022 tijdvak 2: vraag 2, 10
- 2022 tijdvak 1: vraag 17, 24
- 2021 tijdvak 3: vraag 15, 19
- 2021 tijdvak 2: vraag 3, 19
- 2021 tijdvak 1: vraag 11
- 2019 tijdvak 1: vraag 1, 7, 15, 16, 20, 22, 28