Prioriteit: 🟢 Laag

In 2 van de 8 onderzochte examenjaren, als zware rekenvraag (4p) waarin de concentratie eerst uit massa-% en dichtheid moet volgen.

Wat moet je kunnen?

  • De pH berekenen van een sterk zuur of een sterke base, en omgekeerd de concentratie uit de pH.
  • Rekening houden met het aantal H₃O⁺ of OH⁻ per formule-eenheid.

De kern

  • Sterk zuur: = concentratie van het zuur (eenwaardig).
  • Sterke base: = concentratie × aantal OH⁻ (NaOH: × 1, Ba(OH)₂: × 2).
  • Omgekeerd: .
  • Significantie: aantal decimalen van de pH = aantal significante cijfers van de concentratie (zie Significante cijfers).
  • Bij een andere temperatuur is anders, dus geldt pH + pOH = 14,00 dan niet precies (2026-1: pH bij 30 °C).

Valkuilen

  • Bij een base de pOH als pH opschrijven.
  • Ba(OH)₂ en vergelijkbare basen met één OH⁻ rekenen.
  • 14,00 gebruiken bij een temperatuur die niet 298 K is.

Test jezelf


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt