Prioriteit: 🔴 Hoog
In 7 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als kernstap in het correctievoorschrift: een hoek berekenen of loodrechte stand aantonen (4–7p).
Wat moet je kunnen?
- Het inproduct van twee vectoren uitrekenen met coördinaten.
- Met het inproduct loodrechte stand aantonen of als voorwaarde opschrijven.
- De hoek tussen twee vectoren, lijnen of raaklijnen berekenen.
De kern
| Toepassing | Formule |
|---|---|
| loodrecht | (beide ) |
| hoek tussen vectoren | |
| hoek tussen lijnen | neem de richtingsvectoren; krijg je een stompe hoek, dan is de hoek tussen de lijnen |
| lengte |
- Bij een raaklijn aan een kromme met parametervoorstelling is de richtingsvector (zie Parametervoorstelling).
- Zie ook Vector en Vectorvoorstelling van een lijn.
Zo wordt het gevraagd
- Hoek tussen twee raaklijnen in een zelfsnijpunt via (2026-2 vraag 9).
- Een hoek van 45° tussen en vertalen naar een vergelijking (2024-2 vraag 17).
- Loodrecht: uitschrijven met sinussen en cosinussen (2024-2 vraag 7).
- Hoek tussen raaklijn en -as met richtingsvectoren en (2024-1 vraag 10).
Uitgewerkt voorbeeld
Hoek tussen twee lijnen (examenstijl, vergelijk 2023-2 vraag 6)
Lijn heeft richtingsvector en lijn heeft richtingsvector . Bereken de hoek tussen de lijnen.
- Inproduct:
- Lengtes: en
- 63,4°
Hoek met de x-as (examenstijl, vergelijk 2024-1 vraag 10)
Raaklijn met richtingsvector , -as met richtingsvector . , dus .
Valkuilen
- De lengtes in de noemer vergeten, of alleen het inproduct als “de hoek” geven.
- Bij lijnen een stompe hoek laten staan (de hoek tussen lijnen is hoogstens 90°).
- Een richtingsvector van een raaklijn verwarren met de plaatsvector van het raakpunt.
Test jezelf
Staan en loodrecht op elkaar?
: ja.
Voor welke staat loodrecht op ?
.
Wat weet je van als ?
, dus de hoek tussen de vectoren is stomp.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2024 tijdvak 2, vraag 17: hoek van 45° als vergelijking (6p)
- 2026 tijdvak 2, vraag 9: hoek tussen raaklijnen in een zelfsnijpunt (5p)
- 2024 tijdvak 2, vraag 7: loodrecht via inproduct 0 (4p)
- 2023 tijdvak 1, vraag 15: gelijke hoeken aantonen (5p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 7 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden): 2018, 2019, 2021, 2022, 2023, 2024, 2026 — 87,5%.
- 2026 tijdvak II
- Vraag 9 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — hoek tussen twee raaklijnen (richtingsvectoren) in het zelfsnijpunt berekend via cos(θ) = (v₁·v₂)/(|v₁||v₂|).
- Komt 1× voor, kernstap van de hoofdmethode (3 van de 5 scorepunten).
- 2024 tijdvak I
- Vraag 10 (6p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — cos(θ) = (v·w)/(|v|·|w|) voor de hoek tussen raaklijn en x-as, met richtingsvectoren (4√3,4) en (1,0).
- Komt 1× voor, als alternatieve methode naast de dy/dx-aanpak.
- 2024 tijdvak II
- Vraag 7 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift — “Uit OP·v volgt sin(t)·cos(t) + cos(t+¼π)·(−sin(t+¼π)) = 0”, de inproductformule a·b=0 ⟺ loodrecht rechtstreeks toegepast.
- Vraag 17 (6p): in vraagstelling/correctievoorschrift — kernonderdeel, cos(∠(OP,OQ)) = (OP·OQ)/(|OP|·|OQ|) expliciet gebruikt om de hoek van 45° te vertalen naar een vergelijking.
- Komt 2× voor, beide keren kernstap (samen ruim de helft van de scorepunten van beide vragen).
- 2023 tijdvak I
- Vraag 15 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — cos(hoek(EP,EF)) en cos(hoek(ED,EF)) berekend via het inproduct van de vectoren EP, ED en EF, om aan te tonen dat beide hoeken gelijk zijn.
- Komt 1× voor, één van de aangeboden oplosroutes voor vraag 15 (niet de enige, maar wel expliciet met inproduct).
- 2023 tijdvak II
- Vraag 6 (7p): zichtbaar in correctievoorschrift, als alternatieve oplossingsmethode — richtingsvector van AB is (1,1) en van BB’ is (3,−1); “Er geldt dus cos(∠ABB’) = ((1,1)·(3,−1))/(√2·√10)”, gevolgd door het oplossen van een vergelijking met k via deze hoekrelatie.
- Komt 1× voor, in één van de alternatieve oplosroutes van vraag 6 (geen aparte losse inproduct-vraag, wel een volwaardig scorepunten-pad).
- 2022 tijdvak I
- Vraag 16 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — richtingsvector van AB in inproduct met richtingsvector van DM gelijkgesteld aan 0 (loodrechte stand van de middelloodlijn).
- Komt 1× voor, als alternatieve oplosroute.
- 2022 tijdvak II
- Vraag 3 (6p): zichtbaar in correctievoorschrift (vectormethode) — MP·DP=0 als voorwaarde voor loodrechte stand.
- Vraag 11 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift — kernonderdeel, OP·OQ=0 als voorwaarde voor OP⊥OQ.
- Komt 2× voor, beide keren de kernvoorwaarde “loodrecht” vertaald naar een inproduct dat gelijk is aan 0.
- 2022 tijdvak III
- Vraag 5 (3p): kernonderdeel (eerste methode) — BS·HD=0 uitrekenen om loodrechte stand aan te tonen.
- Vraag 16 (6p): zichtbaar in correctievoorschrift (alt. methode) — MA·richtingsvector=0 als loodrecht-voorwaarde.
- Komt 2× voor, telkens als (een van de) directe manier(en) om loodrechte stand te bewijzen.
- 2021 tijdvak I
- Vraag 8 (6p): kernonderdeel — cos(hoek) = (v·w)/(|v||w|) herhaaldelijk toegepast om cos(∠PCA) en cos(∠ACQ) te berekenen en gelijk te stellen.
- Vraag 9 (7p): kernonderdeel (hoofdmethode) — PB·QM = 0 als loodrechtheidsvoorwaarde.
- Vraag 14 (6p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — cos(120°) = (OP·OP’)/(|OP||OP’|).
- Frasering: “loodrecht staat op” (⇒ inproduct = 0), “de hoek tussen de vectoren … is gelijk aan …”. Komt 3× terug, telkens kernonderdeel of hoofdroute (19 scorepunten samen) — sterk aanwezig dit tijdvak.
- 2021 tijdvak II
- Vraag 5 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — hoek φ tussen OF en lijn k berekend via cos(φ) = (inproduct van richtingsvectoren) / (product van lengtes).
- Komt 1× voor, als alternatieve oplosroute (niet de hoofdmethode, maar volledig scoregevend).
- 2019 tijdvak I
- Vraag 12 (4p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — PQ·QR=0 als loodrechte voorwaarde, uitgewerkt met vectorcoördinaten.
- Vraag 14 (8p): kernonderdeel — “∠APB=90°, dus AP·BP=0”, inproduct van AP en BP uitgeschreven en gelijkgesteld aan 0.
- Komt 2× voor, in v14 de hoofdmethode (meerdere scorepunten).
- 2019 tijdvak II
- Vraag 3 (6p): zichtbaar in correctievoorschrift (eerste oplosmethode) — cos(φ) = (v₁·v₂)/(|v₁|·|v₂|) toegepast op de twee snelheidsvectoren (−2,1) en (−2,3), geeft cos(φ) = 7/√65.
- Komt 1× voor, kernstap van één van de twee toegestane oplosmethoden (3 van de 6 scorepunten).
- 2018 tijdvak II
- Vraag 9 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — CQ · PD = 0 als loodrechtheidsvoorwaarde.
- Vraag 16 (3p): zichtbaar in correctievoorschrift (hoofdmethode) — MF·MB=0 en MG·MA=0 om te bewijzen dat ∠(MF,MB)=∠(MG,MA)=90°.
- Komt 2× voor, beide keren als methode om loodrechtheid/rechte hoeken aan te tonen.
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)