Prioriteit: 🔴 Hoog
In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal 1–2 volledige bewijsvragen per tijdvak (3–7p), vaak met meerdere toegestane bewijsroutes in het correctievoorschrift.
Wat moet je kunnen?
- Kiezen tussen een meetkundige en een algebraïsche aanpak.
- Gelijkvormigheid, Pythagoras en de stellingen over hoeken en cirkels gebruiken, met de naam van de stelling erbij.
- Een figuur in een handig coördinatenstelsel leggen en de eigenschap narekenen.
De kern
| Aanpak | Middelen | Wanneer handig |
|---|---|---|
| meetkundig | Meetkundige stellingen cirkel, gelijkvormige driehoeken, Z-/F-hoeken, Pythagoras | hoeken, verhoudingen, raaklijnen |
| goniometrisch | Sinusregel en cosinusregel | lengtes en hoeken in willekeurige driehoeken |
| algebraïsch | coördinaten, Vergelijking van een lijn, Vergelijking van een cirkel, Inproduct | loodrecht, midden, afstanden |
- Gelijkvormig bewijzen: twee paar gelijke hoeken, en noem waarom ze gelijk zijn.
- Coördinaten kiezen: een hoekpunt in de oorsprong, een zijde langs een as; gebruik letters voor algemene lengtes.
- Zie Bewijzen en aantonen voor de algemene eisen.
Zo wordt het gevraagd
- “Bewijs dat inderdaad CE = DF = ½r₂.” via gelijkvormigheid en een 30°-hoek (2026-2 vraag 15).
- “Bewijs dit.” (MS = √(9 − 6r)) via Pythagoras bij raakcirkels (2025-1 vraag 6).
- “Bewijs dat coördinaten van M onafhankelijk zijn van P” via vectoren (2025-2 vraag 12).
- “De lijn door E en F is de bissectrice van hoek PED. Bewijs dit.” met meerdere toegestane routes (2023-1 vraag 15).
Uitgewerkt voorbeeld
Algebraïsch met coördinaten
Bewijs: in een rechthoekige driehoek ligt het midden van de schuine zijde even ver van alle drie de hoekpunten.
- Kies (rechte hoek), en .
- Midden van : .
- , , .
- Alle drie gelijk. ✓ (voor elke en , dus algemeen)
Gelijkvormigheid
In driehoek ligt op en op met . , , . Bereken .
- is gemeenschappelijk; (F-hoeken, want ).
- Dus met factor .
- 6.
Valkuilen
- Hoeken gelijk noemen zonder reden (Z-hoeken, F-hoeken, stelling).
- Een bewijs baseren op de tekening (“het is te zien dat”).
- Coördinaten met concrete getallen kiezen, waardoor het bewijs niet algemeen is.
Test jezelf
Hoeveel paar gelijke hoeken heb je nodig om gelijkvormigheid van twee driehoeken te bewijzen?
Twee (de derde volgt dan vanzelf).
Een driehoek heeft zijden 5, 12 en 13. Is hij rechthoekig?
Ja: .
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 2, vraag 15: lengtes bewijzen via gelijkvormigheid (4p)
- 2025 tijdvak 1, vraag 6 en 14: raakcirkels met Pythagoras, projectie van een punt (3p + 4p)
- 2025 tijdvak 2, vraag 9 en 12: oppervlakteformule, punt onafhankelijk van P (3p + 6p)
- 2023 tijdvak 1, vraag 15: bissectrice bewijzen (5p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 8 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden): 2018, 2019, 2021, 2022, 2023, 2024, 2025, 2026 — 100%.
- 2026 tijdvak II
- Vraag 15 (4p): kernonderdeel — bewijs CE = DF = ½r2 via gelijkvormigheid van driehoeken en de 30°-hoek (1-2-√3-driehoek).
- Komt 1× voor, volledige bewijsvraag (4p).
- 2025 tijdvak I
- Vraag 6 (3p): kernonderdeel — bewijs MS=√(9−6r) via Pythagoras, meetkundige redenering met raakcirkels.
- Vraag 14 (4p): kernonderdeel — bewijs dat coördinaten van P’ (loodrechte projectie) juist zijn, via vectorvoorstelling of richtingscoëfficiënten.
- Komt 2× voor (7 scorepunten samen), beide als volledige bewijsvraag.
- 2025 tijdvak II
- Vraag 9 (3p): kernonderdeel — bewijs Opp(ACD)=½L²−¼L⁴ via Pythagoras in driehoek ACD (AD=√(1+L²)).
- Vraag 12 (6p): kernonderdeel — bewijs dat coördinaten van M onafhankelijk zijn van P, via vectoralgebra (kentallen p en q vallen weg in de uitkomst).
- Komt 2× voor (9 scorepunten samen), beide keren volledige bewijsvraag met algebraïsche/vectoriële technieken.
- 2024 tijdvak I
- Vraag 16 (3p): in vraagstelling — kernonderdeel. Frasering: “Bewijs dat dit verband juist is.” Geometrisch bewijs via de cosinusregel in twee driehoeken (ZAV en ZVM) die herleid worden tot de gegeven verhouding.
- Komt 1× voor, zwak/indirect (het bewijs is algebraïsch-meetkundig via de cosinusregel, vergelijkbaar met eerdere jaren se bewijsvragen in de vlakke meetkunde, maar minder zuiver “meetkundig” dan bijvoorbeeld raakcirkel-bewijzen).
- 2023 tijdvak I
- Vraag 15 (5p): kernonderdeel — bewijs dat EF de bissectrice is van hoek PED, via vectoren/inproduct, spiegeling in EF, of gelijkvormige driehoeken (Z-hoeken) als alternatieve routes.
- Komt 1× voor, volledige bewijsvraag (5p), met meerdere in het correctievoorschrift toegestane bewijsroutes.
- 2023 tijdvak II
- Vraag 6 (7p): de gelijkvormigheidsredenering (driehoek ASC gelijkvormig met driehoek BSD, “omdat ∠SDB = ∠SCA en ∠BSD = ∠ASC”) is een van de alternatieve oplossingsmethoden voor het bepalen van k.
- Vraag 17 (5p): kernonderdeel — vierhoek MFNG wordt onderzocht via twee rechthoekige driehoeken MFG en FNG (Pythagoras), om de oppervlakte te vergelijken met die van een cirkel.
- Komt 2× voor (12 scorepunten samen betrokken), telkens meetkundige redenering met driehoeken als kern.
- 2022 tijdvak I
- Vraag 15 (8p): kernonderdeel — bewijs dat P het midden is van QR, via coördinatenmeetkunde (raaklijnvergelijking, snijpunten met de asymptoten).
- Vraag 16 (5p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — bewijs via Pythagoras in driehoek BDM/OAD en gelijkvormige driehoeken.
- Komt 2× voor (13 scorepunten samen).
- 2022 tijdvak II
- Vraag 3 (6p): zichtbaar in correctievoorschrift (meetkundige methode) — congruentie van driehoeken ∆PRD ≅ ∆MQP via hoekgelijkheid, om AP te bepalen zonder coördinaten/vectoren.
- Komt 1× voor, één van de aangeboden oplosroutes voor “Op de diagonaal van een vierkant”.
- 2022 tijdvak III
- Vraag 4 (3p): kernonderdeel — bewijs AS=(6/5,3/5) via gelijkvormige driehoeken of coördinaten/vectorvoorstelling.
- Vraag 5 (3p): kernonderdeel — onderzoek loodrechte stand BS/HD via inproduct, cirkel van Thales, of richtingscoëfficiënten.
- Komt 2× voor (6 scorepunten samen), dominant thema van opgave “Drie op een rij”.
- 2021 tijdvak I
- Vraag 8 (6p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — bewijs via gelijkvormige driehoeken: “△CAP is gelijkvormig met △CAR” resp. “△OPC is gelijkvormig met △OCQ”, Z-hoeken.
- Komt 1× voor, als meetkundige (niet-vector) route naast de hoofdmethode met inproduct.
- 2019 tijdvak I
- Vraag 14 (8p): zichtbaar in correctievoorschrift (alternatieve methode) — meetkundige redenering met het vierkant op diagonaal AB en de loodrechte diagonaal door het midden, om een positie van P te vinden/uit te sluiten.
- Komt 1× voor, als alternatieve (meer meetkundige) route naast de algebraïsch/vectoriële hoofdroute.
- 2018 tijdvak II
- Vraag 8 (5p): “Stel een vergelijking op” — meetkundige bewijsvoering (Thales) als basis van de constructie.
- Vraag 15 (5p): “Bewijs dat F inderdaad het midden is van CS.” Volledige meetkundige bewijsvraag met coördinaten.
- Vraag 16 (3p): “Bewijs dit.” Bewijs over cirkelsectoroppervlaktes via loodrechte stralen.
- Komt 3× terug (13 scorepunten samen), telkens coördinatenmeetkunde gecombineerd met een bewijs.
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)