Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak als basis van een hele opgave met “bewegingsvergelijkingen” (2–3 vragen, 10–15p samen).

Wat moet je kunnen?

  • Een parametervoorstelling van een lijn of cirkel opstellen en herkennen.
  • De parameter elimineren om een vergelijking in en te krijgen, en bewijzen dat punten op een kromme aan een vergelijking voldoen.
  • Snijpunten met assen, lijnen of zichzelf berekenen door op op te lossen.

De kern

FiguurParametervoorstelling
lijn door met richting ,
cirkel met middelpunt , straal ,
kromme,
  • Elimineren: los op uit één vergelijking en vul in, of gebruik (zie Grondformule van de goniometrie).
  • Snijpunt met de -as: oplossen, dan invullen.
  • Zelfsnijpunt: twee verschillende -waarden met hetzelfde punt.
  • Met als tijd: snelheid en raaklijn, zie Kinematica met vectoren.

Zo wordt het gevraagd

  • Bewegingsvergelijkingen , (2026-1 vraag 10–12).
  • “Bewijs dat voor punten van K geldt: ” (2025-1 vraag 4).
  • Zelfsnijpunt van , (2026-2 vraag 8–9).
  • Twee bewegende punten over lijnen (2025-2 vraag 1 en 3).

Uitgewerkt voorbeeld

Cirkel herkennen

, . Geef een vergelijking van de kromme.

  1. ,
  2. geeft
  3. Een cirkel met middelpunt en straal 3.

Lijn en snijpunt met de -as

, .

  1. Uit : ; invullen:
  2. Snijpunt -as: , dus .

Controle: . ✓

Valkuilen

  • Bij een cirkel en verwisselen.
  • Bij het elimineren vergeten dat binnen een interval ligt (een deel van de kromme).
  • Bij een zelfsnijpunt dezelfde twee keer gebruiken.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt