Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, 1–3 keer per tijdvak: vectoren optellen om een punt te vinden, de lengte als afstand of snelheid, evenwijdigheid.

Wat moet je kunnen?

  • Rekenen met kentallen: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen met een getal.
  • De lengte en richtingshoek van een vector berekenen.
  • Met plaatsvectoren coördinaten van punten bepalen ().
  • Herkennen of twee vectoren evenwijdig zijn ().

De kern

BewerkingFormule
vector van naar
optellen
scalair
lengte
richtingshoek met -as (let op het kwadrant)
evenwijdig

Zo wordt het gevraagd

  • Vectoren en met een evenwijdigheidsvoorwaarde (2026-2 vraag 6).
  • en om te bepalen (2025-2 vraag 12, 6p).
  • Snelheid als lengte van de snelheidsvector (2025-2 vraag 2, 2026-1 vraag 10).
  • Plaatsvectoren voor het zwaartepunt (2026-2 vraag 7).

Uitgewerkt voorbeeld

Lengte en richtingshoek

  1. (vierde kwadrant: naar rechts en naar beneden)

Punt via optellen (examenstijl, vergelijk 2025-2 vraag 12)

en ontstaat door een kwartslag linksom te draaien: .

  1. . Controle: . ✓

Valkuilen

  • als in plaats van uitrekenen.
  • Bij de richtingshoek het kwadrant vergeten.
  • Een kwartslag draaien fout: linksom is .

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen)
Onderwerpen die dit ondersteunt