Prioriteit: 🔴 Hoog

In 6 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak als tekenopdracht (MB₁ en GA₁ tekenen, r en π invullen, 3p) of als uitleg van de helling van de curven.

Wat moet je kunnen?

  • Bepalen welke curve verschuift bij een schok of maatregel.
  • De aanpassing over de tijd stap voor stap beschrijven en tekenen.
  • Uitleggen hoe de helling van IS of GA de effectiviteit van beleid beïnvloedt.

De kern

CurveAssenVormVerschuift door
IS-curveY, rdalendbestedingsschok, begrotingsbeleid
MB-curveY, rhorizontaalrenteaanpassing centrale bank
GA-curveY, πstijgendinflatieverwachting, kostenschok

Stappenplan

  1. Schok: welke curve verschuift?
  2. Korte termijn: nieuwe Y bij IS ∩ MB; bepaal de output gap .
  3. Inflatie: lees op de GA-curve af; negatieve output gap → lagere inflatie.
  4. Centrale bank: lagere inflatie → rente omlaag → MB schuift omlaag tot .
  5. Over de tijd: inflatieverwachting past zich aan → GA verschuift.
  6. Nieuw evenwicht: noem r en π (in een tabel of op de uitwerkbijlage).

Varianten

Zo wordt het gevraagd

  • “Geef de aanpassing van de economie weer over de tijd”: MB- en GA-curve tekenen, r en π invullen (2026-1 vraag 13, 3p).
  • “Leg uit of monetair beleid effectiever of minder effectief is geworden door de gedragsverandering” (2025-1 vraag 23).
  • “Leg uit welk monetair beleid de centrale bank zal voeren waardoor het oude evenwicht wordt bereikt. Noem de nieuwe reële evenwichtsrente.” (2025-1 vraag 24).
  • “Leg uit in welk model de centrale bank de nominale rente sterker zal verlagen om terug te keren naar de potentiële productie.” (2025-2 vraag 25).

Uitgewerkt voorbeeld

Vertrouwensschok (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 13)

Consumenten gaan minder besteden. Uitgangspositie: , , .

  1. IS verschuift naar links: bij is (negatieve output gap).
  2. GA: bij lagere Y is de inflatie lager, bijvoorbeeld 1%.
  3. Centrale bank verlaagt de reële rente: MB₁ ligt lager, bijvoorbeeld bij 1%, zodat weer wordt op de nieuwe IS-curve.
  4. Over de tijd daalt de inflatieverwachting: GA₁ ligt lager.
  5. Nieuw evenwicht: , , inflatie op het nieuwe (lagere) verwachte niveau.

Valkuilen

  • Nominale en reële rente door elkaar halen (zie Nominale versus reële grootheden).
  • Bij een tekenvraag de nieuwe curve niet labelen (MB₁, GA₁) of de eindwaarden van r en π niet noemen.
  • Alleen de korte termijn beschrijven terwijl naar “de aanpassing over de tijd” wordt gevraagd.
  • De IS-curve laten verschuiven door een renteverandering (dat is een beweging langs de IS).

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt