Prioriteit: đ Midden
In 4 van de 8 onderzochte examenjaren, bijna altijd als voor een satellietbaan (baanstraal, omlooptijd, snelheid), soms 3â5 vragen in ÊÊn opgave.
Wat moet je kunnen?
- berekenen, met vanaf het middelpunt.
- stellen en daaruit , of van een baan berekenen of afleiden.
- Redeneren hoe en veranderen bij een andere baanstraal.
De kern
| Grootheid | Bij grotere baanstraal |
|---|---|
| kleiner (, zie Kwadratenwet) | |
| baansnelheid | kleiner |
| omlooptijd | groter () |
- Aan het aardoppervlak: , dus (zie Zwaartekracht).
- = straal van de aarde + hoogte boven het oppervlak.
- Zie Middelpuntzoekende kracht en Geostationaire baan.
Zo wordt het gevraagd
- om de baanstraal van een exoplaneet te bepalen (2025-2 vraag 22, 4p).
- Snelheid van een LEO-satelliet op 425 km hoogte met de afgeleide snelheidsformule (2022-2 vraag 21, 3p).
- Verandering van de baansnelheid bij afnemende hoogte afleiden (2022-2 vraag 25).
- Gravitatiekracht van zon en aarde op een ruimtesonde afzonderlijk berekenen (2022-3 vraag 7, 4p).
Uitgewerkt voorbeeld
LEO-satelliet (examenstijl, vergelijk 2022-2 vraag 21)
Een satelliet draait op 425 km hoogte. kg, m.
- m
- m/s
Valkuilen
- Alleen de hoogte invullen als .
- niet kwadrateren.
- Denken dat een lagere satelliet langzamer gaat (hij gaat juist sneller).
Test jezelf
Op welke afstand van het middelpunt van de aarde is een kwart van de waarde aan het oppervlak?
Op : .
Hoe groot is de gravitatiekracht van de aarde op een sonde van 1000 kg op m afstand?
N.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2022 tijdvak 2, vraag 20â21 en 25: LEO-satelliet (4p + 3p + 2p)
- 2021 tijdvak 1, vraag 2â6: Lagrangepunt (2p + 3p + 4p + 2p + 3p)
- 2021 tijdvak 3, vraag 15: omlooptijd van een GPS-satelliet (4p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 4 van de 8 onderzochte examenjaren (2018-2026, 2020: geen examen gehouden) â 50%.
- 2025 tijdvak 2: vraag 22
- 2024 tijdvak 1: vraag 6
- 2022 tijdvak 3: vraag 7, 9
- 2022 tijdvak 2: vraag 20, 21, 25
- 2021 tijdvak 3: vraag 15
- 2021 tijdvak 1: vraag 2, 3, 4, 5, 6