Prioriteit: 🟠 Midden

In 4 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak met vermogen () of met een frontaal oppervlak dat je uit een figuur bepaalt (3–4p).

Wat moet je kunnen?

  • gebruiken, inclusief het frontaal oppervlak bepalen.
  • Het vermogen berekenen dat nodig is tegen luchtweerstand in ().
  • De eindsnelheid van een vallend voorwerp berekenen of verklaren.

De kern

SymboolBetekenis
dichtheid van de lucht (hoger dichter bij de grond)
luchtweerstandscoëfficiënt (vormafhankelijk)
frontaal oppervlak (loodrecht op de bewegingsrichting)
  • Twee keer zo snel: 4 keer zoveel luchtweerstand en 8 keer zoveel vermogen.
  • Eindsnelheid bij vallen: , dus .
  • Totale weerstand bij fietsen of rijden: rolweerstand (constant) + luchtweerstand (zie Wrijvingskracht en Vermogen).

Zo wordt het gevraagd

  • Frontaal oppervlak bepalen uit de figuur en de luchtweerstandskracht berekenen (2024-1 vraag 2, 4p).
  • Luchtweerstandsterm opnemen in de vermogenformule van een schaatser (2025-1 vraag 3).
  • Energieverlies per seconde van een satelliet door luchtweerstand (2022-2 vraag 22, 4p).
  • Afname van de eindsnelheid verklaren door toenemende luchtdichtheid bij het dalen (2019-2 vraag 6).

Uitgewerkt voorbeeld

Fietser (examenstijl, vergelijk 2024-1 vraag 2–3)

kg/m³, , m², m/s.

  1. N
  2. W

Valkuilen

  • Het zijaanzicht gebruiken als frontaal oppervlak.
  • Het kwadraat van vergeten, of km/h invullen.
  • Denken dat een vallend voorwerp blijft versnellen.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt