Prioriteit: 🔴 Hoog
In 7 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal in combinatie met energie of arbeid: een remweg, een energieverlies of een wrijvingskracht uit een diagram (2–4p).
Wat moet je kunnen?
- gebruiken en de normaalkracht goed bepalen (ook op een helling).
- Een wrijvingskracht berekenen uit een versnelling of een energieverlies.
- Een remweg berekenen met de arbeid van de wrijvingskracht.
- Onderscheid maken tussen schuifwrijving, rolweerstand en luchtweerstand.
De kern
| Soort | Hangt af van |
|---|---|
| schuifwrijving | normaalkracht en materialen, niet van de snelheid |
| rolweerstand | normaalkracht (vrijwel constant) |
| luchtweerstand | snelheid: (zie Luchtweerstandskracht) |
- Op een horizontale vloer: . Op een helling: .
- Zolang een voorwerp stilstaat, is de wrijving precies zo groot als nodig (hoogstens ).
- Energieverlies door wrijving is gelijk aan de arbeid van de wrijvingskracht (zie Arbeid).
Zo wordt het gevraagd
- Remweg van een rotsblok aangetoond met de arbeid van de schuifwrijvingskracht (2026-2 vraag 6, 4p).
- Wrijvingskracht op een helling uit de versnelling en de zwaartekrachtcomponent langs de helling (2021-3 vraag 2, 4p).
- Gemiddelde wrijvingskracht uit het energieverlies in een (E,t)-diagram (2021-2 vraag 6, 4p).
- Rolweerstandskracht uit de helling van een -diagram (2024-2 vraag 6).
Uitgewerkt voorbeeld
Remweg (examenstijl, vergelijk 2026-2 vraag 6)
Een blok glijdt met 8,0 m/s over een vlakke vloer; . Bereken de remweg.
- :
- 6,5 m
Controle: de massa valt weg; een grotere geeft een kortere remweg. ✓
Wrijving op een helling (examenstijl, vergelijk 2021-3 vraag 2)
Een skiër (80 kg) glijdt een helling van 20° af met een versnelling van 2,5 m/s².
- Langs de helling:
- 68 N
Valkuilen
- gebruiken op een helling.
- De maximale statische wrijving gebruiken terwijl het voorwerp stilstaat en de duwkracht kleiner is.
- Denken dat schuifwrijving groter wordt bij een hogere snelheid.
- De wrijvingsarbeid positief nemen.
Test jezelf
Een kist van 40 kg staat op een vloer met . Hoe groot moet de duwkracht minstens zijn om hem te laten schuiven?
N.
Een kist staat stil. Je duwt met 50 N horizontaal, terwijl N. Hoe groot is de wrijvingskracht?
50 N: precies zo groot als nodig om stil te blijven staan.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 2, vraag 6 en 8: remweg van een rotsblok op Phobos (4p + 2p)
- 2021 tijdvak 3, vraag 2 en 4: wrijving op een helling (4p + 2p)
- 2024 tijdvak 2, vraag 4–6: remweg, trendlijn en rolweerstand (2p + 2p + 2p)
- 2021 tijdvak 2, vraag 6: wrijvingskracht uit energieverlies (4p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 7 van de 8 onderzochte examenjaren (2018-2026, 2020: geen examen gehouden) — 87,5%.
- 2026 tijdvak 2: vraag 6, 8
- 2025 tijdvak 2: vraag 12, 13
- 2025 tijdvak 1: vraag 3
- 2024 tijdvak 2: vraag 4, 5, 6
- 2023 tijdvak 1: vraag 4
- 2022 tijdvak 2: vraag 7
- 2021 tijdvak 3: vraag 2, 4
- 2021 tijdvak 2: vraag 6
- 2019 tijdvak 1: vraag 5
Ondersteunende onderwerpen
- (geen: basisbegrip)