Prioriteit: 🟠 Midden
In 4 van de 8 onderzochte examenjaren, vooral bij sport en voertuigen: om een weerstandskracht of snelheid te berekenen, of energie uit een (P,t)-diagram.
Wat moet je kunnen?
- en gebruiken.
- Bij constante snelheid de weerstandskracht berekenen uit het vermogen (of andersom).
- Energie bepalen als oppervlakte onder een (P,t)-diagram.
De kern
- Eenheid: watt (W) J/s.
- Bij constante snelheid is de voortstuwende kracht gelijk aan de totale weerstand, dus .
- Rolweerstand plus luchtweerstand: (zie Luchtweerstandskracht).
- Met rendement: (zie Rendement).
Zo wordt het gevraagd
- Vermogen van 700 W gebruiken om via de totale weerstandskracht te berekenen (2024-1 vraag 3, 2p).
- Vermogensvergelijking gebruiken om de maximumsnelheid te begrenzen (2024-2 vraag 9).
- Resulterende arbeid als oppervlakte onder het (P,t)-diagram vergelijken (2019-1 vraag 6).
- Motorvermogen en rendement combineren tot de benodigde elektrische energie (2018-2 vraag 1, 5p).
Uitgewerkt voorbeeld
Weerstandskracht van een loper (examenstijl, vergelijk 2024-1 vraag 3)
Een loper levert 700 W bij een constante snelheid van 6,9 m/s. N
Valkuilen
- gebruiken terwijl de snelheid verandert en niet de weerstandskracht is.
- km/h in invullen.
- Vermogen en energie door elkaar halen.
Test jezelf
Een auto rijdt 25 m/s; de totale weerstand is 600 N. Welk vermogen levert de motor?
W.
Een motor van 250 W met rendement 80% draait 2,0 uur. Hoeveel elektrische energie gebruikt hij?
J.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2024 tijdvak 1, vraag 3: weerstand uit vermogen (2p)
- 2024 tijdvak 2, vraag 9: maximumsnelheid uit de vermogensvergelijking (3p)
- 2019 tijdvak 1, vraag 4–6: (P,t)-diagram van hardlopen en schaatsen (2p + 2p + 3p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 4 van de 8 onderzochte examenjaren (2018-2026, 2020: geen examen gehouden) — 50%.
- 2025 tijdvak 1: vraag 4
- 2024 tijdvak 2: vraag 9
- 2024 tijdvak 1: vraag 3
- 2019 tijdvak 1: vraag 4, 5, 6
- 2018 tijdvak 2: vraag 1, 17
- 2018 tijdvak 1: vraag 5