Prioriteit: đźź  Midden

In 2 van de 3 onderzochte examenjaren expliciet (niet in 2025). Meestal impliciet: als antwoordoptie bij een drogreden (“onjuist beroep op een kenmerkschema”) of als ordening van oorzaak en oplossing.

Wat moet je kunnen?

  • De zes schema’s herkennen in een argument.
  • Het schema gebruiken om een drogreden te benoemen (onjuist beroep op …).
  • De argumentatiestructuur herkennen: enkelvoudig, nevenschikkend, onderschikkend.

De kern

SchemaHet argument …Voorbeeld
oorzaak-gevolgnoemt een oorzaak of gevolg”Minder schermtijd, dus beter slapen.”
kenmerknoemt een eigenschap”Hij is arts, dus hij is zorgvuldig.”
voor- en nadelennoemt gevolgen van een maatregel”Een suikertaks levert gezondheidswinst op.”
voorbeeldengeeft gevallen”In Frankrijk en Mexico werkte het.”
vergelijkingvergelijkt met een andere situatie”Net als bij tabak moet suiker belast worden.”
autoriteitberoept zich op een deskundige”Volgens het RIVM …”
StructuurKenmerk
enkelvoudigéén argument
nevenschikkendmeerdere argumenten naast elkaar (samen of los)
onderschikkendargument met subargument (keten)

Elk schema heeft een drogreden-variant als het verkeerd wordt gebruikt (zie Drogredenen herkennen).

flowchart TB
    subgraph E[Enkelvoudig]
        S1[Standpunt] --- A1[Argument]
    end
    subgraph N[Nevenschikkend]
        S2[Standpunt] --- A2[Argument 1]
        S2 --- A3[Argument 2]
    end
    subgraph O[Onderschikkend]
        S3[Standpunt] --- A4[Argument]
        A4 --- A5[Subargument]
    end
    E ~~~ N ~~~ O

Zo wordt het gevraagd

  • Als antwoordoptie bij een drogreden: “onjuist beroep op een oorzaak-gevolgschema” (2024-2 vraag 28, 2026-1 vraag 22).
  • Een vergelijking uitwerken: drie kenmerken die de vergelijking roddelen–vlooien benadrukt (2024-2 vraag 20).
  • Oorzaak en oplossing ordenen (2026-1 vraag 12).

Uitgewerkt voorbeeld

Schema bepalen, dan drogreden (examenstijl, vergelijk 2024-2 vraag 28)

“Na de invoering van de fietsstraat daalde het aantal ongelukken, dus de fietsstraat maakt het verkeer veiliger.” (Tegelijk werd de maximumsnelheid verlaagd.)

  1. Schema: oorzaak-gevolg (fietsstraat → minder ongelukken).
  2. Wat gaat mis? Er is een andere mogelijke oorzaak (lagere snelheid).
  3. Drogreden: onjuist beroep op een oorzaak-gevolgschema.

Valkuilen

  • Vergelijking en voorbeeld verwarren: een vergelijking zegt “hier ook zo”; een voorbeeld zegt “dit gebeurt vaak”.
  • Oefenen op “noem het schema” terwijl het examen het schema vooral impliciet gebruikt.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt