Prioriteit: 🔴 Hoog
In 3 van de 3 onderzochte examenjaren, en het meest voorkomende open vraagtype: 7–13 vragen per tijdvak, samen tot ruim 20 punten, bijna altijd met een woordlimiet.
Wat moet je kunnen?
- Het aantal gevraagde elementen vaststellen en elk element apart weergeven.
- Algemeen formuleren: voorbeelden en beeldspraak vervangen door wat ze betekenen.
- Binnen de woordlimiet blijven, in volledige zinnen als dat gevraagd is.
De kern
Stappen
- Tel de elementen (“drie kritiekpunten”, “standpunt + drie hoofdargumenten”): elk is meestal 1 scorepunt.
- Zoek per element de hoofduitspraak in de genoemde alinea’s.
- Formuleer algemeen en in eigen woorden.
- Tel je woorden. Boven de limiet verlies je punten (zie Aftrekregeling bij open vragen).
- Controleer spelling en grammatica.
| Wel | Niet |
|---|---|
| de algemene bewering | het voorbeeld dat haar illustreert |
| letterlijke betekenis | beeldspraak (“een tikkende tijdbom”) |
| elk element in een eigen zin of zinsdeel | twee elementen samengesmolten tot één |
Varianten: vrije samenvatting met limiet; tabel (“geef per theorie de kern”); gestuurde zinsaanvulling (“vat via onderstaande zinnen samen …”, 2026-2); max. 2 woorden per antwoord (2025-2).
Zo wordt het gevraagd
- “Vat … samen. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik voor je antwoord in totaal niet meer dan N woorden.” (elk tijdvak)
- “Gebruik geen beeldspraak of voorbeelden.” / “Geef geen voorbeelden.” (2025-2 vraag 9, 12)
- “Vat via onderstaande zinnen samen wanneer scheppingen van anderen je wel en wanneer ze je niet onzeker maken” (2026-2 vraag 16).
- Vier kernpunten in max. 55 woorden (2026-1 vraag 2, 4p); drie kritiekpunten in max. 40 woorden (2026-1 vraag 4, 3p).
Uitgewerkt voorbeeld
Drie kritiekpunten in max. 40 woorden (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 4)
Alinea’s (samengevat): (1) “Het onderzoek volgde maar dertig studenten, allemaal uit één stad.” (2) “De onderzoekers werden betaald door een appontwikkelaar.” (3) “Ze maten alleen hoe mensen zich voelden, niet hoe ze zich gedroegen, zoals wanneer iemand ‘een tikkende tijdbom’ wordt genoemd.”
- Element 1: de onderzoeksgroep is klein en niet representatief.
- Element 2: de onderzoekers hebben belang bij de uitkomst.
- Element 3: alleen gevoelens, geen gedrag gemeten (voorbeeld en beeldspraak weglaten). Antwoord: “Het onderzoek gebruikte een kleine, niet-representatieve groep. De onderzoekers waren betaald door een belanghebbend bedrijf. Er werden alleen gevoelens gemeten en geen gedrag.” (23 woorden ✓)
Gestuurde zinsaanvulling (examenstijl, vergelijk 2026-2 vraag 16)
Gegeven: “Werk van anderen maakt je onzeker als … / Werk van anderen maakt je niet onzeker als …”
- Zoek in de alinea de twee voorwaarden.
- Vul elk zinsdeel kort en algemeen aan; herhaal de gegeven zinsdelen niet.
Valkuilen
- Een voorbeeld overnemen in plaats van de algemene uitspraak.
- Twee elementen in één zinsdeel stoppen, waardoor de corrector er maar één ziet.
- De woordlimiet overschrijden, of vergeten volledige zinnen te maken.
- Letterlijk citeren waar “eigen woorden” wordt gevraagd.
Test jezelf
Er wordt gevraagd om "standpunt en drie hoofdargumenten". Hoeveel elementen moeten er minimaal in je antwoord?
Vier: één standpunt en drie argumenten (vaak 1 punt per element).
De tekst zegt: "Social media zijn een digitale snoeppot." Hoe neem je dit op in een samenvatting?
Zonder beeldspraak: bijvoorbeeld “Social media zijn verleidelijk en moeilijk te weerstaan.”
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 1, vraag 2 en 4: vier kernpunten (max. 55 woorden) en drie kritiekpunten (max. 40 woorden) (4p + 3p)
- 2025 tijdvak 2, vraag 13 en 21: drie kritiekpunten, drie treden (max. 40 woorden) (2p + 3p)
- 2025 tijdvak 1, vraag 6: drie negatieve gevolgen, max. 50 woorden (3p)
- 2026 tijdvak 2, vraag 16: gestuurde samenvatting via zinsaanvulling (2p)
- 2025 tijdvak 2, vraag 9: onderbouwing zonder beeldspraak of voorbeelden (2p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 3 van de 3 onderzochte examenjaren (2024–2026) — 100%. Samen met bronnenvergelijking de meest voorkomende open vraagvorm.
- 2024 tijdvak I: vraag 11, 13 (max. 40 woorden), 22 (max. 30 woorden).
- 2024 tijdvak II: vraag 3, 4 (4p, max. 60 woorden), 7, 12, 17, 32, 36, circa 15 punten.
- 2025 tijdvak I: 13 vragen (onder andere 2, 3, 6, 9, 15, 19, 20, 21, 28, 33, 35, 36), circa 26 punten.
- 2025 tijdvak II: vraag 5, 9, 10, 11, 12, 13, 20 (max. 2 woorden per antwoord), 21, 30 (max. 55 woorden).
- 2026 tijdvak 1: vraag 2 (4p, max. 55 woorden), 4, 13, 20, 23, 28, 33, circa 20 punten.
- 2026 tijdvak 2: vraag 16, 18, alleen als gestuurde zinsaanvulling (3 punten). Let op: de vorm kan per jaar verschillen.
Oorspronkelijke vindplaatsen (oude notitie)
- 2024 tijdvak I: vraag 11, 13, 22 (+ zwakker vraag 4).
- 2024 tijdvak II: minstens 9 vragen (~15p), zwaarste concept van dat tijdvak.
- 2025 tijdvak I: 13 van de 37 vragen (~26p) — samen met bronnenvergelijking het zwaarst wegende vraagtype.
- 2025 tijdvak II: 9 vragen.
- 2026 tijdvak 1: 7 vragen (~20p).
- 2026 tijdvak 2: slechts 2 vragen, en dan via gestuurde zinsaanvulling in plaats van een vrije samenvatting — opvallende afwijking van het gebruikelijke format.
- Aanwezig in 3 van de 3 onderzochte examenjaren, structureel een van de zwaarst wegende vraagtypen. Vaste frasering: “Vat … samen. Geef antwoord in een of meer volledige zinnen en gebruik niet meer dan N woorden.”
Ondersteunende onderwerpen
- Hoofdgedachte van een tekst bepalen
- Relaties tussen tekstdelen aangeven
- Standpunten en argumenten herkennen