Prioriteit: 🔴 Hoog
In 3 van de 3 onderzochte examenjaren. Vaak het kader voor een heel examendeel (10–18 vragen, tot meer dan de helft van de punten), plus losse “Stel, …”-vragen van 1–2p.
Wat moet je kunnen?
- Het leesdoel uit de scenario-inleiding halen (werkstuk, beschouwing, debat vóór of tegen, alleen objectieve bronnen).
- Elke vraag in het blok beantwoorden met dat doel in gedachten.
- Een losse “Stel, …”-vraag oplossen: welk deel of welke bron past het best bij de situatie?
De kern
Twee vormen
| Vorm | Voorbeeld | Wat het doet |
|---|---|---|
| doorlopend kader | ”Stel, je bereidt je voor op een beschouwing over stemrecht vanaf 16. Je docent geeft je een documentatiemap (bron 1 t/m 6).“ | stuurt een heel blok: bronanalyse → betrouwbaarheid → vergelijking → synthese |
| losse vraag | ”Stel, een vormgever overweegt afbeelding 1 te gebruiken bij tekst 2. Waarbij past die het best?“ | één toepassingsvraag |
Aanpak
- Lees de inleiding twee keer en onderstreep: doel, rol (voor/tegen), eisen aan bronnen, deelvragen.
- “Bruikbaar” betekent altijd bruikbaar voor dit doel (zie Vraagtype — bruikbaarheid en betrouwbaarheid beoordelen).
- Gebruik je eerdere antwoorden in het blok: de vragen bouwen op elkaar voort.
- Let op de tweede persoon in de vraagstam (“Je signaleert …”, “Als laatste stap …”): elke vraag is een stap in het scenario.
In de onderzochte examens ging het bijna altijd om een schoolwerk-scenario, nauwelijks om “hoe zou schrijver A reageren op B”.
Zo wordt het gevraagd
- “Stel, bij het vak Nederlands ga je deelnemen aan een meningvormende discussie over …” als kader voor vraag 1–18 (2026-1, 42 punten).
- “Je docent Nederlands organiseert een debat over de stelling … waarin je voorstander bent” als kader voor heel Deel 2 (2024-2, 21 punten).
- “Stel, een redacteur wil afbeelding 1 gebruiken om de gedachtegang in tekst 1 op komische wijze samen te vatten. Bij welke alinea’s past afbeelding 1 het best?” (2024-2 vraag 16).
- Scenario’s die uitmonden in een bronkeuze: objectieve bronnen voor een werkstuk, een kort literair verhaal voor een literatuuropdracht (2026-2 vraag 38–39).
Uitgewerkt voorbeeld
Doel bepaalt de keuze (examenstijl, vergelijk 2024-2 Deel 2)
Scenario: “Je bent voorstander van de stelling ‘Roddelen is een goede zaak’ en bereidt een debat voor.” Vraag: welke van twee argumenten gebruik je?
- Argument 1: “Roddelen versterkt de band binnen een groep.”
- Argument 2: “Roddelen kan iemand ernstig kwetsen.”
- Rol = voorstander, dus je zoekt argumenten vóór de stelling.
- Argument 2 is een tegenargument (misschien nuttig om te weerleggen, maar niet om te gebruiken).
- Antwoord: argument 1.
Losse "Stel, …"-vraag (examenstijl, vergelijk 2025-1 vraag 37)
“Stel, een vormgever wil een cartoon van een boze menigte bij de tekst plaatsen. Waarbij past die het best?”
- Bepaal wat de cartoon uitdrukt (collectieve boosheid).
- Zoek het tekstdeel dat hetzelfde behandelt (bijv. de alinea over boosheid als drijfveer voor protest).
- Kies dat deel, niet het deel dat alleen hetzelfde woord bevat.
Valkuilen
- De scenario-inleiding overslaan en de vragen “los” beantwoorden.
- Vergeten welke rol je hebt (voor of tegen).
- Een bron “bruikbaar” noemen omdat hij interessant is, terwijl hij niet bij het doel past.
Test jezelf
Het scenario zegt: "Je wilt alleen objectieve bronnen gebruiken." Is een opiniestuk bruikbaar?
Nee: een opiniestuk is niet objectief; het past niet bij het doel.
Waarom moet je de scenario-inleiding goed onthouden tijdens een heel examendeel?
Omdat alle vragen in dat blok vanuit dat doel beantwoord moeten worden.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2024 tijdvak 2, Deel 2 (vraag 20–30): hele debatvoorbereiding (21p) en vraag 16: afbeelding bij alinea’s (1p)
- 2025 tijdvak 2, Deel 3 (vraag 29–37): beschouwing over stemrecht met documentatiemap
- 2026 tijdvak 2, vraag 24, 38 en 39: drie onderzoeksvragen, objectieve bronnen, literair verhaal kiezen
- 2025 tijdvak 1, vraag 37: afbeelding bij tekst 2 (1p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 3 van de 3 onderzochte examenjaren (2024–2026) — 100%. Het scenario scoort zelden eigen punten, maar kadert per examen 20 tot 42 punten.
- 2024 tijdvak I: kader voor vraag 29–38 (onderzoek naar de waardering van De engelenmaker), circa 19 punten.
- 2024 tijdvak II: Deel 2, vraag 20–30 (debat “Roddelen is een goede zaak!”, je bent voorstander), 21 punten. Losse scenario’s: vraag 16, 18, 39.
- 2025 tijdvak I: Deel 1, vraag 1–18 (beschouwing over boosheid), 34 van 69 punten. Los: vraag 37 (vormgever en afbeelding).
- 2025 tijdvak II: vraag 27–28 (eindopdracht over goede smaak), vraag 29–37 (documentatiemap stemrecht vanaf 16).
- 2026 tijdvak 1: Deel 1, vraag 1–18 (meningvormende discussie over dierenrechten), 42 van 75 punten.
- 2026 tijdvak 2: losse scenario’s bij vraag 10, 11, 24, 38 en 39, telkens uitmondend in een bronbeoordeling.
Oorspronkelijke vindplaatsen (oude notitie)
- 2024 tijdvak I: scenario boven vraag 29-38 (waardering De engelenmaker-onderzoek).
- 2024 tijdvak II: scenario boven Deel 2 (roddel-debat), 21 punten.
- 2025 tijdvak I: scenario boven Deel 1 (boosheid-beschouwing), 34 van de 69 punten.
- 2025 tijdvak II: twee scenario’s (Deel 2 en Deel 3), samen 11 van de 37 vragen.
- 2026 tijdvak 1: scenario boven Deel 1 (dierenrechten-discussie), 42 van de 75 punten.
- 2026 tijdvak 2: vijf losse scenario-elementen (vraag 10, 11, 24, 38, 39), telkens ingeleid met “Stel, …”.
- Aanwezig in 3 van de 3 onderzochte examenjaren. Functioneert meestal als doorlopend kader voor een heel tekstenblok, niet als op zichzelf staande vraag — herken het hele blok als eenheid, niet één “scenario-vraag”.