Prioriteit: 🟠 Midden

In 3 van de 8 onderzochte examenjaren, als rekenvraag (van titratievolume naar gehalte, 4p) of met een titratiecurve.

Wat moet je kunnen?

  • Van een titratievolume naar concentratie, massa of massapercentage rekenen.
  • De reactievergelijking van de titratie geven.
  • Een titratiecurve lezen: equivalentiepunt en halfneutralisatiepunt.

De kern

Rekenketen

  1. (V in L; eindstand βˆ’ beginstand van de buret)
  2. Molverhouding uit de vergelijking β†’
  3. Omrekenen naar wat gevraagd is (concentratie, massa, massa-%). Let op verdunning of een deel (aliquot) van de oplossing.
  • Indicator: het omslagtraject moet rond de pH van het equivalentiepunt liggen.
  • Halfneutralisatiepunt bij titratie van een zwak zuur: pH = p (zie pH-berekeningen zwakke zuren en basen).

Zo wordt het gevraagd

  • Massapercentage berekenen uit titratievolume en molariteit KOH, met significantie (2025-1 vraag 18): 4p.
  • Vergelijking van de titratiereactie met structuurformules (2025-1 vraag 17).
  • Equivalentiepunt en halfneutralisatiepunt aflezen om te bepalen (2021-3 vraag 19).
  • Titratieresultaat (begin- en eindstand) omrekenen naar massapercentage eiwit (2019-1 vraag 15).

Uitgewerkt voorbeeld

Azijnzuur in azijn (examenstijl, vergelijk 2019-1 vraag 15)

10,00 mL azijn wordt getitreerd met 0,100 M natronloog; nodig: 16,40 mL.

  1. mol
  2. Molverhouding 1 : 1 β†’ mol
  3. mol L⁻¹ = 9,85 g L⁻¹

Valkuilen

  • Het volume in mL niet omrekenen naar L.
  • Een verdunning of het nemen van een deel van de oplossing vergeten mee te rekenen.
  • De molverhouding vergeten (bijv. Hβ‚‚SOβ‚„ reageert met 2 OH⁻).

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)