Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, het vaakst gevraagde onderwerp: 3–5 vergelijkingen per tijdvak, samen vaak 10p of meer.

Wat moet je kunnen?

  • Een vergelijking opstellen in molecuulformules of structuurformules, wat de vraag voorschrijft.
  • Onbekende stoffen afleiden: ”… tot ijzer en één andere stof”.
  • Een totaalvergelijking afleiden door deelreacties op te tellen en weg te strepen.
  • Een algemene vergelijking opstellen met CₙH₂ₙ₊₂ of CₓHᵧ-notatie.

De kern

Stappenplan:

  1. Schrijf de juiste formules van alle beginstoffen en producten. Bepaal zelf de ontbrekende stof met de behoudswetten.
  2. Maak de elementen kloppend. Begin met het element dat het minst voorkomt; H en O als laatste.
  3. Bij ionen: maak ook de lading kloppend.
  4. Maak de coëfficiënten zo klein en geheel mogelijk.
  5. Totaalvergelijking: zet deelreacties onder elkaar, vermenigvuldig zodat tussenproducten precies wegvallen, tel op en streep weg wat links en rechts staat.
Scorepunten (vast patroon)
juiste formules links van de pijl1
juiste formules rechts van de pijl1
juiste elementbalans (alleen met juiste formules)1
  • Aftrek: tribune-ionen of niet-kleinste gehele coëfficiënten kosten 1 punt (zie Correctievoorschrift algemene regels).
  • Toestandsaanduidingen alleen als erom gevraagd wordt.
  • Volledige verbranding van C/H/O-verbindingen geeft CO₂ en H₂O.

Zo wordt het gevraagd

  • “Geef de vergelijking van de reactie die verloopt in R1” (2024-2).
  • “Geef de vergelijking van de reactie van ijzer(III)oxide met waterstof tot ijzer en één andere stof” (2026-2).
  • “Leid de totaalvergelijking af … Gebruik hierbij reactie 1 en reactie 2” (2025-1, 2024-1, 2023-2).
  • “Geef de reactievergelijking voor de vorming van een alkaan via de Fischer-Tropsch-reactie. Gebruik CₙH₂ₙ₊₂” (2026-2).
  • “Maak op de uitwerkbijlage de reactievergelijking compleet. Gebruik structuurformules voor de organische deeltjes” (2026-1, 2022-1).

Uitgewerkt voorbeeld

Kloppend maken (examenstijl, vergelijk 2024-2 vraag 18)

NH₃ reageert met O₂ tot NO en H₂O.

  1. N: . H: 3 links, dus rechts.
  2. O rechts: , dus .
  3. Alles × 4:

Controle: N 4 = 4, H 12 = 12, O 10 = 4 + 6. ✓

Totaalvergelijking uit deelreacties (examenstijl, vergelijk 2024-1 vraag 1)

Reactie 1: Reactie 2:

  1. CO is een tussenproduct: 1× gevormd, 1× verbruikt, dus beide reacties 1×.
  2. Optellen:
  3. CO wegstrepen:

Controle: C 1 = 1, H 8 = 8, O 2 = 2. ✓

Valkuilen

  • Formules veranderen om de vergelijking kloppend te krijgen (alleen coëfficiënten mogen veranderen).
  • Tribune-ionen laten staan.
  • Breuken of een veelvoud als coëfficiënten laten staan.
  • In een totaalvergelijking een tussenproduct laten staan.
  • Molecuulformules gebruiken terwijl structuurformules gevraagd worden (of andersom).
  • Bij “tot … en één andere stof” de andere stof niet zelf afleiden (bij Fe₂O₃ + H₂ is dat H₂O).

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt