Prioriteit: 🟠 Midden

SE-2 · weging 33⅓% · hoofdstuk 15. “Stel de formule op van de lijn k die de oplossingskromme door A raakt”, “Stel een vergelijking op van de kromme die door de toppen gaat”, “Voor welke waarden van y(0) hebben de oplossingskrommen een horizontale asymptoot?” (diagnostische toets 3–4). Wordt 🔴 zodra SE-1 voorbij is.

Wat moet je kunnen?

  • In een punt de richtingscoëfficiënt berekenen en een raaklijn aan de oplossingskromme opstellen.
  • In een lijnelementenveld oplossingskrommen schetsen.
  • De punten vinden waar (toppen), of .
  • Het raakpunt berekenen als een gegeven lijn een oplossingskromme raakt.
  • Bij een tekenoverzicht maken en horizontale asymptoten aflezen, ook met een parameter .

De kern

Een formule die het verband geeft tussen en en/of is een differentiaalvergelijking van de eerste orde.

  • Bij elk punt hoort de richtingscoëfficiënt . Een lijnstukje door met die rc is een lijnelement, en een tekening met veel lijnelementen een lijnelementenveld.
  • Een grafiek die in elk punt dezelfde helling heeft als het lijnelement daar, is een oplossingskromme. De formule erbij is een oplossing van de differentiaalvergelijking: oplossingen zijn functies, geen getallen.
  • Door elk punt van het vlak gaat precies één oplossingskromme, dus oplossingskrommen snijden elkaar niet.

Raaklijn in . met ; volgt uit de coördinaten van .

Raakpunt met een gegeven lijn : in het raakpunt geldt en . Los dat stelsel op.

Toppen. Toppen van oplossingskrommen liggen waar . Schrijf dat als vergelijking in en : dat is de kromme door de toppen.

Tekenoverzicht bij . Alle lijnelementen op dezelfde horizontale lijn zijn evenwijdig.

  1. Bereken de nulpunten van . Is , dan is de lijn zelf een oplossingskromme.
  2. Onderzoek (met een schets van ) waar en , en zet plus- en mintekens in het -vlak.
  3. Plus: oplossingskrommen stijgen; min: ze dalen. Een oplossingskromme kan een lijn niet snijden, dus nadert hem als horizontale asymptoot.

Zo wordt het gevraagd

  • “Stel de formule op van de lijn k die de oplossingskromme door A(−1, −2) in dit punt raakt.” (diagnostische toets 3b).
  • “De lijn l: y = −t + 5 raakt een oplossingskromme in het punt B. Bereken algebraïsch de coördinaten van B.” (diagnostische toets 3c).
  • “Stel een vergelijking op van de kromme die door de toppen van de oplossingskrommen gaat.” (diagnostische toets 3d).
  • “Voor welke waarden van p zijn alle oplossingskrommen dalend?”, “Onderzoek of er een waarde van p bestaat zo, dat de lijn y = −1 een horizontale asymptoot van oplossingskrommen is.” (diagnostische toets 4).

Uitgewerkt voorbeeld

Raaklijn, raakpunt en toppen (vergelijk H15 diagnostische toets 3)

Gegeven is de differentiaalvergelijking .

b Raaklijn aan de oplossingskromme door :

  1. door : , dus .

c De lijn raakt een oplossingskromme in :

  1. In is , dus , ofwel .
  2. Invullen in : , dus en , .

d Kromme door de toppen: geeft , dus .

Controle met sympy (algemene oplossing ): de toppen liggen op ✓

Tekenoverzicht met parameter (vergelijk H15 diagnostische toets 4)

met , voor .

a : geeft , dus . is een bergparabool: plus tussen en , min daarbuiten. De lijn is horizontale asymptoot van de oplossingskrommen met (stijgend) en (dalend).

b Alle oplossingskrommen dalend: voor elke , dus de discriminant is negatief: , dus .

c asymptoot: geeft , dus . Dan is : plus tussen en , min daarbuiten. Dus is horizontale asymptoot voor en .

d Een oplossingskromme raakt in : , dus .

Valkuilen

  • Het teken van verkeerd aflezen door geen schets te maken van als functie van .
  • Bij een parameter alleen controleren. Een lijn is pas een asymptoot als de krommen er aan minstens één kant naartoe lopen: controleer de tekens eromheen.
  • Bij het raakpunt alleen gebruiken en vergeten dat het punt ook op de lijn ligt.
  • Oplossingskrommen die elkaar snijden of een horizontale oplossing kruisen tekenen.
  • en verwisselen: in het -vlak staat horizontaal.

Test jezelf

Oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt