Prioriteit: 🟠 Midden

SE-2 · weging 33⅓% · hoofdstuk 15. “Toon aan dat de differentiaalvergelijking een lineaire formule als oplossing heeft en geef deze formule” en “Toon met behulp van differentiëren naar t aan dat de cirkel … een oplossingskromme is” (diagnostische toets 5). Deze substitutietechniek komt ook terug in §15.4. Wordt 🔴 zodra SE-1 voorbij is.

Wat moet je kunnen?

  • Aantonen dat een gegeven functie een oplossing is: en substitueren en laten zien dat het klopt voor elke .
  • Een lineaire oplossing vinden (ook als het lijnelementenveld een scheve asymptoot laat zien).
  • Een oplossing met parameter zo kiezen dat de kromme door een punt gaat of de -as raakt.
  • Aantonen dat een cirkel een oplossingskromme is, met impliciet differentiëren.

De kern

Een oplossing van een differentiaalvergelijking is een formule die bij substitutie in de differentiaalvergelijking een ware bewering oplevert.

“Ware bewering” betekent: de gelijkheid klopt voor elke waarde van , niet alleen voor één .

Lineaire oplossing zoeken

  1. Stel , dan is .
  2. Substitueer beide en herleid tot de vorm .
  3. Dit moet kloppen voor elke : de coëfficiënt van is 0 en de constanten zijn gelijk. Los het stelsel op.

Staat er in de vergelijking, dan krijg je drie voorwaarden (voor , en de constante). Er kunnen ook twee lineaire oplossingen zijn, bijvoorbeeld en in het Voorbeeld op blz. 126–127.

Cirkel als oplossingskromme. Differentieer de cirkelvergelijking naar (met als functie van , dus kettingregel) en schrijf het resultaat als . Komt dat overeen met de differentiaalvergelijking, dan is de cirkel een oplossingskromme.

Zo wordt het gevraagd

  • “Toon aan dat de differentiaalvergelijking dy/dt = −2t + y − 1 een lineaire formule als oplossing heeft en geef deze formule.” (diagnostische toets 5a).
  • “Toon met behulp van differentiëren naar t aan dat de cirkel met middelpunt M(−1, 3) door het punt P(2, 4) een oplossingskromme is van dy/dt = (1 + t)/(3 − y).” (diagnostische toets 5b).
  • “Toon aan dat y(t) = 4/(1 + e⁻ᵗ) een oplossing is.” (opgave 30c), “Voor welke waarde van c raakt de grafiek van y de t-as?” (opgave 31c).
  • “Zoek bij elke formule de juiste differentiaalvergelijking.” (opgave 28).

Uitgewerkt voorbeeld

Lineaire oplossing en cirkel (vergelijk H15 diagnostische toets 5)

a heeft een lineaire oplossing.

  1. Stel , dan . Substitutie: , dus .
  2. Voor elke : , dus en .
  3. De oplossing is .

b Cirkel met middelpunt door en .

  1. door : .
  2. Differentiëren naar :

Dit is de differentiaalvergelijking, dus de cirkel is een oplossingskromme. Controle met sympy: beide substituties geven 0 ✓

De t-as raken (vergelijk H15 opgave 31)

heeft de oplossingen . Voor welke raakt de grafiek de -as?

  1. Raken aan de -as: en .
  2. geeft .
  3. , invullen: , dus .

Valkuilen

  • Alleen voor één waarde van controleren. “Oplossing” betekent: klopt voor elke .
  • Bij vergeten dat ook gesubstitueerd moet worden.
  • Bij het impliciet differentiëren de factor vergeten bij .
  • Bij “raakt de -as” alleen gebruiken en niet ook .
  • Oplossingen van een differentiaalvergelijking zijn functies, geen getallen.

Test jezelf

Oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt