Prioriteit: 🟠 Midden

SE-2 · weging 33⅓% · hoofdstuk 15. “Stel een dynamisch model op bij de temperatuur T in °C van de melk, met t de tijd in minuten / in seconden” en “Stel een dynamisch model op bij de snelheid van Marcel” (diagnostische toets 1–2). Wordt 🔴 zodra SE-1 voorbij is.

Wat moet je kunnen?

  • Een dynamisch model opstellen als “de snelheid is evenredig met …”.
  • De evenredigheidsconstante berekenen uit twee metingen, met het differentiequotiënt als benadering.
  • Het model omzetten naar een andere tijdseenheid (minuten ↔ seconden).
  • Met de tweede wet van Newton een model voor de snelheid opstellen.
  • De grenssnelheid (horizontale asymptoot) berekenen en de grafiek van schetsen.

De kern

Een continu dynamisch model is een formule waarbij de snelheid waarmee een grootheid verandert, is uitgedrukt in . Voorbeelden: , . Het model ligt pas vast als ook een beginwaarde bekend is.

Afkoelen of opwarmen. De snelheid is evenredig met het temperatuurverschil met de omgeving: berekenen uit en :

  1. Neem aan dat op de temperatuur het gemiddelde is: .
  2. Neem aan dat op dat moment gelijk is aan op .
  3. Vul in: .

Andere tijdseenheid. Met in minuten in plaats van seconden wordt 60 keer zo groot: .

Beweging (tweede wet van Newton). en , dus met in N, in kg, in m/s en in s. Is afhankelijk van (bijvoorbeeld ), dan nadert een grenswaarde: die vind je met .

Zo wordt het gevraagd

  • “Stel een dynamisch model op bij de temperatuur T in °C van de melk a met t de tijd in minuten b met t de tijd in seconden.” (diagnostische toets 1).
  • “Stel een dynamisch model op bij de snelheid van Marcel. Schets de grafiek van v als functie van de tijd t.” (diagnostische toets 2).
  • “Bereken in gehele km/uur de maximale snelheid van de scooter.” (opgave 3 voorkennis), “Kan deze snorfiets harder dan de wettelijk toegestane snelheid van 25 km/uur?” (opgave 12b).
  • “Stel een dynamisch model op bij de hoeveelheid zout Z in het vat.” (opgave 6).

Uitgewerkt voorbeeld

Warme melk (vergelijk H15 diagnostische toets 1)

Om staat een glas melk van 70 °C op het aanrecht; de keuken is 18 °C. Na twee minuten is de melk 60 °C. Stel een dynamisch model op, met in minuten en met in seconden.

  1. Model: .
  2. Op is °C en °C/min.
  3. , dus .
  4. a met in minuten.
  5. b In seconden: , dus met in seconden.

Skiër (vergelijk H15 diagnostische toets 2)

Marcel (110 kg inclusief uitrusting) daalt een helling af. De component van de zwaartekracht langs de helling is 755 N, de luchtweerstand N en de wrijvingsweerstand van de ski’s N. .

  1. .
  2. , met in m/s en in s.
  3. Grenssnelheid: geeft , dus m/s (de negatieve oplossing valt af).
  4. Schets: stijgt vanaf 0 en nadert de horizontale asymptoot .

Controle met sympy: ✓

Valkuilen

  • Het temperatuurverschil verkeerd om: met bij afkoelen en opwarmen.
  • Bij het differentiequotiënt de temperatuur op nemen in plaats van het gemiddelde in het midden van het interval.
  • Bij omrekenen naar seconden met 60 vermenigvuldigen in plaats van delen (en andersom).
  • km/uur niet omrekenen naar m/s (delen door 3,6) voordat je in invult.
  • De wrijvingskracht met een plusteken in zetten. Wrijving werkt tegen de beweging in.

Test jezelf

Oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt