Prioriteit: 🟠 Midden

SE-1 · weging 33⅓% · hoofdstuk 7. Het gereedschap onder bijna elk meetkundig bewijs in H7, H9 en H13. Typisch: “Bewijs dat BF = ¾BD” of “Bewijs dat AG = BD”.

Wat moet je kunnen?

  • Het juiste gelijkvormigheids- of congruentiekenmerk kiezen en noteren.
  • Een bewijs opschrijven in de accolade-notatie van het boek: drie gegevens met reden, daarachter het kenmerk.
  • Uit gelijkvormigheid een verhouding afleiden en daarmee rekenen ().

De kern

Gelijkvormig (), kleine lettersCongruent (), hoofdletters
hh: twee hoekenHZH: zijde en twee aanliggende hoeken
zhz: hoek en verhouding van de omliggende zijdenZHH: zijde, aanliggende hoek en tegenoverliggende hoek
zzz: verhouding van de zijdenZHZ: twee zijden en de ingesloten hoek
zzr: rechte hoek en verhouding van twee niet-omliggende zijdenZZZ: alle zijden
ZZR: twee zijden en de rechte hoek tegenover een van die zijden

Redenen die je vaak noteert: F-hoeken, Z-hoeken, overstaande hoeken, gestrekte hoek, hoekensom driehoek (), hoekensom vierhoek (), gegeven, gemeenschappelijk ().

Notatie in het boek

Zet de letters in de overeenkomstige volgorde: dan lees je de verhoudingen direct af, .

Zo wordt het gevraagd

  • “Bewijs dat AC² = BC · CD.” (diagnostische toets 4): gelijkvormigheid, dan kruislings vermenigvuldigen.
  • “Bewijs dat AG = BD.” (diagnostische toets 3, vierkanten op de zijden): congruentie via ZHZ.
  • “Bewijs dat DE = DF.” (opgave 8), “Bewijs dat driehoek DEF gelijkzijdig is.” (A9).

Uitgewerkt voorbeeld

Gelijkvormigheid (vergelijk H7 diagnostische toets 4)

In driehoek ligt op met . Bewijs dat .

  1. (gemeenschappelijk)
  2. (gegeven)
  3. Dus (hh). Let op de volgorde: , , .
  4. Daaruit , dus . ✓ (zo ook in de uitwerking)

Congruentie (vergelijk H7 diagnostische toets 3)

Op en van driehoek staan de vierkanten en . Bewijs dat .

  1. en , dus
  2. (vierkant) en (vierkant)
  3. Dus (ZHZ), en daaruit . ✓

Valkuilen

  • ZZH gebruiken: twee zijden en een niet-ingesloten hoek is geen kenmerk (behalve ZZR, met een rechte hoek).
  • Hoofd- en kleine letters door elkaar halen: hh is gelijkvormig, HZH is congruent.
  • De redenen weglaten. In de uitwerkingen staat achter elke gelijkheid waarom ze geldt.
  • De driehoeken in verkeerde volgorde noteren en dan de verkeerde verhouding opschrijven.

Test jezelf

Oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt