Prioriteit: 🟠 Midden

SE-2 en SE-3 · weging 33⅓% · hoofdstuk 15. “Bereken de oplossing met y(0) = −2 en y’(0) = 3” voor drie vergelijkingen, één per geval van de discriminant (diagnostische toets 9). Staat bij SE-2 en SE-3, omdat de planner H15 splitst zonder precies aan te geven waar. Wordt 🔴 zodra SE-1 voorbij is.

Wat moet je kunnen?

  • De karakteristieke vergelijking opstellen en oplossen, ook met complexe oplossingen.
  • Aan de hand van de discriminant de juiste vorm van de algemene oplossing kiezen.
  • en berekenen uit de startwaarden en .
  • Een stelsel van twee eerste-ordevergelijkingen herleiden tot één tweede-ordevergelijking (opgave 61).

De kern

, kort , is een lineaire differentiaalvergelijking van de tweede orde: de tweede afgeleide is de hoogste afgeleide die erin voorkomt.

Substitutie van geeft . Delen door geeft de karakteristieke vergelijking , met .

Werkschema: het oplossen van

  1. Substitueren van geeft de karakteristieke vergelijking .
  2. Kies de vorm:
discriminantoplossingenalgemene oplossing
twee reële: ,
één reële:
complex:
  1. Bereken en met de startwaarden en .

Bij los je de karakteristieke vergelijking op met kwadraatafsplitsen: geeft , dus en .

Zo wordt het gevraagd

  • “Bereken de oplossing met y(0) = −2 en y’(0) = 3.” (diagnostische toets 9, opgave 60).
  • “Toon aan dat alle functies van de vorm y(t) = (A + Bt)·e^(λt) oplossing zijn van de differentiaalvergelijking.” (opgave 59).
  • “Gebruik x = −dy/dt + y en herleid het stelsel tot d²y/dt² − 3 dy/dt − 4y = 0.” (opgave 61).

Uitgewerkt voorbeeld

De drie gevallen (vergelijk H15 diagnostische toets 9, telkens en )

a

  1. geeft , dus ().
  2. . geeft .
  3. , dus en .

b

  1. geeft , dus ().
  2. . geeft .
  3. , dus .

c

  1. geeft , dus ().
  2. : en .
  3. , dus en .

Controle met sympy (dsolve met beginvoorwaarden): alle drie gelijk ✓

Valkuilen

  • Bij de vorm gebruiken. Met complexe neem je de vorm met cos en sin.
  • Bij de en verwisselen: in staat het reële deel.
  • Bij de factor bij vergeten.
  • fout differentiëren: gebruik de productregel bij en bij .

Test jezelf

Oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt